Pagina's

maandag 16 februari 2026

Une Belle Histoire: Valentijnslezing 2026

Of ik tijdens de nieuwjaarsreceptie van de heemkundige kring een gelegenheidstoespraakje wilde houden, vroeg voorzitter Didier me in het vroege najaar van 2025. Deze receptie was gepland op 14 februari en ik vermoed dat de voorzitter zich nog herinnerde dat hij op 14 februari 1975 net als alle andere leerlingen uit de klas van meester Malfait door mij werd getrakteerd op een chocoladereep en dat de hele klas vervolgens in groep een verjaardagslied voor me had gezongen. Lang zou ik leven in de gloria. Jawel, dames en heren, vandaag ben ik jarig en ik dank de heemkring om bij deze gelegenheid een kleine receptie aan te bieden. 

Maar de belofte was gegeven en ik moest op zoek naar een invalshoek om het thema liefde, verliefdheid en romantiek te verbinden met de lokale geschiedenis. Ik had die invalshoek evenwel snel gevonden, want ook in het verleden zijn alle grote levensthema’s nu eenmaal de revue gepasseerd. Bovendien hoorde ik ooit een wijze en bevriende schrijver uit een buurgemeente verklaren dat je in een historische roman heel veel mocht liegen en fantaseren, maar altijd met kennis van zaken. Ik ging er gemakshalve maar van uit dat hetzelfde gold voor een gelegenheidstekst voor een heemkundige kring en gezien de omstandigheid van vandaag, een feestelijke en informele nieuwjaarsreceptie, ging ik er ook van uit dat het eerste deel van de quote veruit de meeste aandacht mocht krijgen. Heel veel liegen en fantaseren dus. 

En kijk, bladerend in de lokale geschiedenis botste ik op het liefdesverhaal van ons aller eerbiedwaardige voorvader Jan Vande Perscherie. Op 15 mei 1249 vroeg onze oudste en ongetwijfeld ook grootste dorpsgenoot Jan, op dat moment een flinke en dromende puberjongen, aan zijn moeder of hij op zaterdagavond naar het jeugdhuis Ten Goudberge mocht gaan. ‘Wat ga je daar wel doen?’ vroeg zijn moeder bezorgd terwijl ze haar zoon onderzoekend aankeek. ‘Oh, niets bijzonders,’ zei hij. ‘Tafelvoetbal of pingpong spelen, zoals iedereen in het jeugdhuis.’ Moeder schudde haar middeleeuwse hoofd en slikte haar aarzeling door. ‘Het is goed,’ zei ze voorzichtig. ‘Maar wel mooie manieren hebben hé.’ ‘Natuurlijk!’ zei Jan enthousiast en hij sprong ogenblikkelijk op zijn fiets vermits ouders in die vroege jaren hun tienerzonen en dochters nog niet met de wagen konden afzetten aan de deur van het uitgaandershok van hun kroost. Van tafelvoetballen en pingpongen kwam evenwel niet veel in huis. Nauwelijks een half uur later vinden we Jan terug op de atletiekpiste van het Sint-Pauluscollege, die toen evenwel nog niet aangelegd was vermits de school nog niet bestond. Jan liep er samen met Margriete, een meisje uit de buurt. Halverwege gingen ze langs het voetbalplein even zitten op de invallersbank die er toen wel nog was.
Jan keek Margriete diep in haar donkerblauwe ogen.
‘Oh Margrietje, rozen zullen bloeien!’ zei hij passioneel.
‘Ik zie jou ook graag!’ beantwoordde het meisje zijn niet mis te verstane boodschap.
Vier maanden later treffen we Jan en Margriete samen met hun familie aan in het kasteel van Wevelgem. Vermits er toen nog geen treinen waren en er van stations en goederenloodsen nog geen sprake was, werd daar in de gauwte en in alle stilte het veel vroeger dan voorziene huwelijk van het jonge paar ingezegend. Nog geen anderhalf jaar later zien we Jan en Margriete terug aan de vijver achter het kasteel. Gezeten op een bank genieten ze van de fratsen van hun zoontje dat naarstig hompen oud brood naar de kikker in de vijver gooit. Jan en Margriete leefden nog lang en gelukkig en kregen waarschijnlijk vele kinderen.’ 

Oeps, ik geef toe. Dit is wel heel veel gelogen en gefantaseerd. Vergeet het voorgaande, het is tijd voor een iets serieuzere invalshoek. Die vond ik in het amoureuze leven van onze geliefde heemkring Wibilinga zelf. Deze kwam ter aarde op het einde van de jaren ‘80 van de vorige eeuw, ik vermoed op de eerste verdieping van café De Middenstand. Na een zorgeloze kindertijd beleefde Wibilinga een glorieuze jeugd onder de kerkkoren van Sint-Hilarius. Maar toen de heemkring tot volwassenheid was gekomen, kwam het tot een huwelijk met heemkundigen uit een noordelijke buurgemeente en beleefde het echtpaar vrolijke en vruchtbare tijden. Maar helaas, niets werelds is een heemkring vreemd en het kwam ook bij hem tot een echtscheiding. Tot verdriet van velen gingen beide partners uit elkaar en Wibilinga kroop terug in zijn vertrouwde cocon. Toch groeide hij mee met de snel veranderende levensvormen in deze moderne tijden. In de wandelgangen wordt er gefluisterd dat er sprake is van een ménage à trois en het zou me niet verbazen dat die nieuwe levensstijl nog dit jaar zal resulteren in een bijzondere fototentoonstelling in de expozaal van de gemeentelijke bibliotheek. 

Maar alle gekheid op een stokje: ook een gekunstelde constructie die liefde en romantiek probeerde te verbinden met de geschiedenis van de heemkundige kring leidde niet tot de gewenste onderhoudende toespraak die ik voor deze nieuwjaarsreceptie in elkaar wilde knutselen. Toen kwam ineens het inzicht dat ik het allemaal niet zo ver moest zoeken en dat ik het vooral wetenschappelijker moest aanpakken. Academischer zelfs. Recent kreeg ik hiervan twee inspirerende voorbeelden van notoire universiteitsprofessoren. Zowel Petra De Sutter van UGent als Rik Torfs van KULeuven gaven aan hoe ik deze gelegenheidstekst moest aanpakken en met succes uitschrijven.
Jawel, AI, ofte AI, ofte artificiële intelligentie: dit was de weg die ik moest bewandelen. Via ChatGPT moest het me lukken om in een handomdraai een doorleefde, sprankelende én historisch correcte tekst over het bijzondere thema te presenteren.
Ik zette me aan mijn computer en ging te rade bij mijn onvolprezen Copilot.

Dit heb ik toen ingetikt: ‘Ik moet op 14 februari voor een heemkundige kring in de gemeente Wevelgem een gelegenheidsspeech geven over 'liefde en romantiek' in de plaatselijke gemeenschap. Heb je inspiratie of ideeën die me hiervoor op weg kunnen zetten?’
Beste mensen, op AI kun je rekenen. Binnen vijf seconden had ik een doorwerkte en gestructureerde tekst van vijf A4’tjes die ik probleemloos voor jullie zou kunnen voorlezen. ‘Natuurlijk kan ik je helpen,‘ zei AI vriendschappelijk. ‘Liefde voor een heemkundige kring biedt een prachtige kans om het thema te verbinden met lokale geschiedenis, tradities en mensen.’ Ik kreeg voorwaar een resem invalshoeken die richting konden geven.
Liefde als bindmiddel van een gemeenschap? AI had ideeën zat: liefde voor de stad, liefde voor tradities en erfgoed, liefde tussen generaties, liefde voor het verenigingsleven. AI gaf ook concrete tips: zoek een oude foto van een dorpskermis waar koppels dansen, ga op zoek naar plaatsen in de gemeente waar mensen vroeger hun partner leerden kennen. Scholen, cafés, fabrieken: overal kon liefde vorm krijgen. Misschien, vroeg AI zich af, was er vroeger een parochiezaal of een processie in de gemeente die veel jonge mensen op de been bracht? Of was er een kantine bij het voetbalveld of een voetbalveld achter de kantine? Ongetwijfeld waren er ook bankjes en bosjes langs de Leie waar Wevelgemse romances tot volle wasdom waren gekomen.
Eindig met een warme, verbindende boodschap, zei AI nog. Zo zou ik bijvoorbeeld kunnen vertellen dat erfgoed niet alleen gebouwen zijn, maar ook relaties tussen mensen. 

Er zat iets in, maar helemaal goed werd het toen AI de obligate citaten toevoegde om de speech in opbouw verder te kruiden. Ik zal de gevleugelde woorden niet allemaal opsommen, maar hierbij toch een kleine bloemlezing van toonaangevende citaten die de sterke band van de gemeente Wevelgem met liefde en romantiek kunnen illustreren en/of bevestigen. 

Dit citaat stond bovenaan.
‘De heerlijkheid Wibilinga, gelegen aan de glooiende linkeroever van de rivier de Leie in de huidige provincie West-Vlaanderen, vormde een gemeenschap die gekenmerkt was door een liefdevolle band onder zijn inwoners en een plaats vol romantische en idyllische locaties voor verliefde paartjes’.
Dit citaat komt van ere-bibliothecaris Lieven Vervenne en werd opgetekend in het boek ‘De geschiedenis van Wevelgem’ op pagina 845, rechts bovenaan. 

Of dit:
‘De zusters van het klooster van Sint-Vincentius à Paulo droegen met veel liefde en toewijding zorg voor de borelingen in het moederhuis, de meisjes met blauwe schorten in het Instituut Maria Onbevlekt en de ouderlingen in het rusthuis Sint-Camillus’.
Dit is een citaat van historicus Philippe Haeyaert in zijn boek ‘Juventus et pauperes,’ pagina 678, links onderaan. 

Dit is wel een zeer liefdevolle poëtische passage:
‘Bloemen verwelken, schepen vergaan, maar onze liefde blijft altijd bestaan’.Dit is, steeds volgens AI, een passage uit een gedicht van de Wevelgemse dichter Philip Hoorne in zijn bundel ‘Het verdriet van België’, pagina 153 

In de rubriek sport en spel botste ik op enkele passende citaten of anekdotes.
 
Deze bijvoorbeeld:
‘Heel veel wereldtoppers en onder hen vele wereldkampioenen namen in het verleden graag deel aan de wielerwedstrijd Gent-Wevelgem omdat ze uitzagen naar de innige en liefdevolle omhelzing met de Wevelgemse bloemenmeisjes op het erepodium in de Vanackerestraat’.
Citaat van wielerauteur Rudy Neve in zijn boek ‘Gent-Wevelgem,’ pagina 455, centrale tekst 

In dezelfde rubriek pikte AI heel recent onderstaande tekst op in een regionaal krantenartikel.
‘De bewierookte en getalenteerde sportjournalist Ruben Van Gucht is de trouwe presentator van de gemeentelijke sportreceptie en verwijst als reden voor zijn jarenlange professionele medewerking niet alleen naar de aanwezigheid van een noodzakelijk treinstation maar ook naar de plaatselijke schonen. Na zijn acte de présence in januari 2026 zocht en vond de sportjournalist ter gemeente liefde en romantiek in de armen van een lokale Valentina. Ruben Van Gucht leeft nog lang en gelukkig en krijgt vele meisjes’. 

Ook in de politieke geschiedenis van de gemeente Wevelgem vond AI meerdere liefdevolle citaten.
 
Dit bijvoorbeeld:
‘We zullen onze naaste buurgemeente met veel liefde omarmen en koesteren en samen une belle histoire schrijven, precies zoals in het liedje van Jacques Brel’.
Woorden van toenmalig burgemeester Gilbert Seynaeve, uitgesproken kort na de fusie van onze gemeente met Gullegem en Moorsele op 1 januari 1977. 

Dit citaat zal ongetwijfeld ook de nodige herkenning opleveren:
‘Wij wensen de komende maanden de koele Kortrijkstraat en de kille Menenstraat om te toveren tot een lange hartverwarmende en adembenemende chaussée d’amour die alle gemeenten in de buurt ons zullen benijden.’
Citaat van burgemeester Jan Seynhaeve op 16 mei 2007. 

Dames en heren, de kracht en kennis van AI is niet te vatten. Groot was mijn verbazing toen ik op mijn scherm ook toekomstige citaten kon lezen. Wijsheden en verklaringen die mensen in de toekomst zullen uitspreken, al weten ze het op dit eigenste moment zelf nog niet.
Zoals deze:
‘In navolging van mijn voorgangers zal ik de ontwikkeling van onze mooie gemeente met veel toewijding verder op de kaart zetten en ik zal dat met veel liefde en passie doen.’
Woorden van toekomstig burgemeester Kevin Defieuw, uitgesproken op 3 januari 2029.

Beste mensen, ik had jullie gewaarschuwd: deze toespraak zou er een worden vol leugens en fantasie. Onthoud en geloof van al het voorgaande alles wat je wil. Of niets, zo je wil. Maar hierna wil ik dan toch het tweede luik van de genoemde quote onder de aandacht brengen. ‘Met kennis van zaken’. Niet met een digitale zoekmachine, niet met
AI of niet met de zoekfunctie op mijn computer ging ik handmatig op zoek naar liefde, passie en romantiek in ons eigenste tijdschrift Wibilinga. En voorwaar, er zijn vele mooie geschiedenissen te vinden en wel degelijk zoals in het liedje van Michel Fugain.
Ik speurde de voorbije weken over de inhoudsopgaven van alle Wibilinganummers, op zoek naar de menselijke verhalen. Ik zocht naar inwoners die verliefd waren op hun buurt, op hun ambacht of stiel, op hun oude scholmeester of jeugdleidster, op hun hobby of passie, of gewoon: op elkaar. De opsomming die groeide en die ik hierna presenteer is een afwijkende en alternatieve inventaris van artikelen uit Wibilinga, een ode aan lokale mensen en hun verhalen en een verzameld in memoriam voor vele dorpsgenoten. 

Hier gaan we: 
Oscar De Winter vertelde over de liefde van wijkburgemeester Richard Rots voor zijn wijk De Kweken. Dat was in 1988 in het eerste nummer van ons geliefde tijdschrift. 
Luk Margodt haalde liefdevolle herinneringen op aan E.H. Georges Dujardin en zuster Agnes Lemahieu, Philippe Haeyaert aan zuster Maria Vanneste en E.H. Honoré Maes, Paul Leman aan broeder Jérôme Vermeersch, Henri Minne aan witte zuster Maria Magdalena Verschoore en zuster Marcelline, Véronique Vanderhasselt aan meester-missionaris Maurits Schrurs, Pierre Van der Stichele aan pater Leo Van der Stichele en Z.E.H. Bruno Van der Stichele en Danny Chambaere aan Deken Jonckheere. 
Schoolmeesters Oscar Gobert, Roland Malfait en Albert Vanwalleghem, blijven of bleven voor altijd in het hart van Luc Cappelle, Wilfried Vanneste en Lionel Deflo. 
Er was veel liefde voor de stiel: Luc Cappelle vond die bij Henri Defieuw in zijn gemeentepark en bij papleverancier Désiré Cappelle, Marcel Samyn bij de beenhouwers, Albert Lauwers bij de bakkers, Renéé Martheleur bij crèmemarchand Albert Demazure, Luc Cappelle bij boer Soete die niet meer ploegde en Martin Vermeire bij cafébazin Maria Feys van den Bascuul. 
Liefde kent geen grenzen in tijd en ruimte. Philippe Haeyaert volgde Constant Huybrecht zelfs tot in het land van de rijzende zon, Danny Chambaere zocht, vond en memoreerde Monseigneur Leo De Neckere aan de andere kant van de Atlantische Oceaan in New Orleans, Patrick Caytan vergezelde Pierre Vandebogaerde in de Garde d’Honneur van Napoleon en Bart Seynaeve honoreerde Isidore Nollet, een Moorseelse cowboy in Canada. 
Rudy Neve treurde uit liefde voor de koers om het heengaan van Georges Matthys, Gaston Rebry, Briek Schotte, Maurice Desimpelaere, Maurice Geldhof en Albert Depreitere. 
Philippe Haeyaert draagt Lode De Boninghe en alle Wevelgemse Leiekerels voor altijd in zijn hart.
Lothair Vanoverbeke zal Etienne Bataille, Paul Duquesne, Frans Noyelle en alle andere gesneuvelde soldaten, verongelukte piloten en onschuldige burgerslachtoffers nooit vergeten.
Herman Vanhoutte herdacht eerste oorlogsslachtoffer Guillaume Vanraes en Willy Naesens vergat de vergeten gesneuvelde Arthur Jonckheere niet. 
Ook de overleden Wevelgemse kunstenaars werden liefdevol in de armen gesloten: zanger Antoon De Candt, grafisch kunstenaar Alain Hautekiet, muzikant Willy Albimoor, kunstschilders Marcel Coolsaet en Paul Vandendriessche, schrijver en literator Lionel Deflo, dichter en toneelschrijver Hedwig Verlinde. 
Er waren warme en koesterende In Memoriams voor Etienne Vanden Hove, Raymond Scherpereel, Frans Soenen, Dries Favorel, Etienne Withouck, Jules Vandevoorde, Frans Robesijn, Jacques Stichelbaut, Maurice Decour, Paul Stragier, Constant Vansteenkiste, Florimond Prosper Urbain Vanneste, Petronilla Demunck, Peter Silenius Debrouwere, Robert Staelens, Henri Verlinde, Lucien De Loof, Philippus Jacobus Holvoet (en zijn vier vrouwen), Robert Staelens, Jules Coussens, Robert Vanneste en Roger Favoreel. 
En, last but not least: Maurice Verbrugge beloofde dat hij zijn geliefde moeder altijd graag zou blijven zien. 

Dames en heren, de opsomming hierboven is ongetwijfeld nog onvolledig, want in mijn huisbibliotheek ontbreekt 1 nummer van Wibilinga. Wellicht vergat ik in mijn snelle scan van de vele inhoudsopgaves nog enkele notoire of eenvoudige inwoners, waarvoor mijn excuses. Maar de lange nochtans onvolledig gebleven opsomming hierboven is er geen voor dodendag 1 november, maar een voor liefdesdag 14 februari. Wie goed geteld heeft, zal weten dat ik zopas 65 Wevelgemnaren heb opgesomd die we misschien niet voor eeuwig, maar wel voor heel lang in onze harten zullen sluiten. Ter vergelijking: in de deelgemeente Wevelgem zijn er 18 beschermde gebouwen en 1 beschermd dorpsgezicht. Dames en heren, de gebouwen komen nog niet aan de enkels van de mensen. 

Zo kreeg AI toch een beetje gelijk. Lokale geschiedenis is niet alleen een verhaal van gebouwen, maar ook en vooral van mensen die elkaar gaarne zien en een gemeenschap die zijn inwoners koestert en omarmt. Je kan een gebouw of een monument herstellen, renoveren of restaureren en het als onroerend erfgoed beschermen, verzegelen of inventariseren, het zijn toch de mensen en de relaties tussen mensen die ervoor zullen zorgen dat het levend en gekoesterd erfgoed blijft.
Wat zou de Westpoort van de vroegere Guldenbergabdij waard zijn zonder alle Wevelgemse paartjes die er ooit hun huwelijksfoto zijn gaan maken?
Wordt het gemeentelijk park met het kasteel en de prieeltjes niet nog eens veel mooier wanneer pas getrouwde koppels er op hun huwelijksdag komen poseren?
Hoeveel mooier is de donkere goederenloods van het station niet geworden sinds Wevelgemse koppels er hun ja-woord komen uitspreken? Het maakt Wevelgem ongetwijfeld ook een unieke gemeente in de ruime regio: hier wordt niet getrouwd in een gemeentehuis, maar in een goederenloods. De goederen verdwenen, de mensen kwamen in hun plaats.
En als we het hebben over de leegloop van onze monumentale kerken: zijn het niet net de huwelijksvieringen die de kerken het langst een hart en een ziel geven? 

Het is tijd om in schoonheid en liefde af te sluiten. Vorige maandag nam ik deel aan het jaarlijkse inspiratiefestival rond Open Monumentendag van Herita. Dit jaar was Kortrijk de gaststad voor het festival en de Broeltorens het decor voor de obligate persbabbels. Minister Ben Weyts, bevoegd voor erfgoed in Vlaanderen, gaf er een inspirerende gelegenheidstoespraak. Ik hoorde dat het de betrachting van het Agentschap voor Onroerend Erfgoed is om de komende jaren op zoek te gaan naar nieuwe kansen en uitdagingen om aan leegstaande of verkommerende panden en monumenten een passende en levendige bestemming te geven. ‘Monumenten verzekeren hun bestaansrecht als ze door mensen gekoesterd, beleefd of ervaren worden,’ hoorde ik de minister zeggen. Ik moest even slikken. Mijnheer Weyts heeft mijn Valentijnstekst voor Wibilinga gelezen, flitste het door mijn hoofd. De mensen halen het van de monumenten. Maar dan hoorde ik de minister zeggen: erfgoed moet geen last, maar een lust zijn. En toen was het ook in Kortrijk tijd voor de receptie.
 

Ik dank u.
 

© Koen D’haene
14 februari 2026

https://open.spotify.com/track/3WVOF0JVMHAkRMm6MEqbRU?si=b3c440f43c134320