Pagina's

Posts tonen met het label Rots. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rots. Alle posts tonen

zondag 8 mei 2022

De rots van Crahay

Nu we volop in de tijd van de weekends naar de Ardennen zijn en de zomerse vakantieplannen worden gefinaliseerd, krijg ik geregeld de vraag of al die locaties in Rots allemaal echt bestaan. Tuurlijk dat. Ik vertelde eerder dat IJs en Zand kunnen gelezen worden als een literaire reisroman naar de Alpen en de Wadden en dat ik nog altijd wacht op een vergoeding of minstens gulle dankwoorden vanwege de plaatselijke VVV’s. Voor Rots geldt hetzelfde: de roman is geschreven tot eer en glorie van de Ardennen. Of toch een stukje van de Ardennen dat ik bijzonder koester. Omdat het er erg mooi is, maar minstens evenveel omwille van vele jeugdherinneringen die ik aan de streek hebt.

Je raakt al in de stemming als je op de E25 tussen Luik en Aywaille over ‘de berg van Tilff’ rijdt. Een heerlijke helling als opener van de Ardennen. In de buurt kan je ook gaan rotsklimmen, maar Jan en Mats deden dat op rotsen boven de Maas en deze streek heeft nu even niet onze focus.

Neem de afrit in Aywaille en voor je het beseft kom je in Remouchamps over de statige brug over de Amblève. Links zie je Hotel Bonhomme, waar in vervlogen tijden Fernandel en Koning Albert wel eens logeerden. Je kan de wagen parkeren vlak voor het hotel en op het terras onder de bomen een Orval met water uit de Semois drinken – het kroontje op de gevel van het hotel zorgt voor een koninklijk aperitief.

Neem vervolgens de N633 in de richting van Trois-Ponts en rijd over de glooiende weg die langs de Amblève en zijn campings loopt. Na enkele kilometers zie je de robuuste brug aan de rechterkant die naar het dorpje Nonceveux leidt. Rijd over de brug naar de ‘République libre de Nonceveux’ en maak te voet of met de auto het toertje van het dorp: een wijde kring met verspreide huizen rond een weide waar de trein van Luik naar Luxemburg met de regelmaat van een klok voorbijsnelt. Als je goed kijkt, kun je het omgebouwde stationnetje van het dorp vinden. Ooit stopte hier een internationale trein. Je komt voorbij het idyllische kerkje van het dorp met een bank, de enige plaats waar je even openbaar kunt gaan zitten. Zoek in Nonceveux niet naar een terrasje.

Als je de kring van het dorp hebt gemaakt, kom je onvermijdelijk weer bij de brug: de enige weg naar de echte wereld. Even naar rechts en je komt bij een chaotische parkeerplaats met een café dat soms wel en meestal niet open is en aan de overkant een tot asielcentrum omgebouwd hotel. Voor dat hotel er stond, stond hier hotel ‘La Chaudière’: vele grote en jonge gezinnen kwamen hier destijds op vakantie. Daar hebben we elkaar in onze kindertijd misschien wel eens ontmoet.

Toch moet je je auto parkeren en je wandelschoenen aantrekken. Op deze plaats stroomt de Ninglinspo in de Amblève en op deze parking begint de iconische wandeltocht langs België’s enige bergrivier. Loop naast het huis met het ovengebouwtje, loop door de bedding van de drooggevallen Vieux Chèra, steek de boomstambrugjes over de rivier over, bewonder de vele watervalletjes met namen uit de Griekse en Romeinse mythologie – Mats kan ze in Rots allemaal uit het hoofd opsommen en benoemen. 
Als je veel tijd hebt, kun je de rivier helemaal volgen tot aan zijn bron en (als je héél veel tijd hebt) via de dorpjes Vert Buisson en Ville-au Bois langs de andere iconische bergrivier de Chefna even idyllisch weer afdalen tot aan de Amblève. We zien elkaar dan straks weer terug in Quarreux.
Je kan ook net voorbij de waterval La Chaudière het pad naar rechts volgen, de heuvelflank op tot bij de Roches Crahay. Op deze plaats met het prachtig uitzicht over de Ardense bossen komen we straks terug.

Eerst terug naar de auto nu. Rijd enkele kilometers stroomopwaarts, de Amblève rechts van je tussen de bomen. Al snel zie je aan de rechterkant de verloederde herberg ‘Au moulin du diable’. De herberg is quasi onherkenbaar, iets recenter zijn de potsierlijke muurschilderijen van wulpse meisjes die herinneren aan het tweede leven van het gebouw. In de tijd van het Ardense café zwaaide Prosper hier de plak. Jawel, Prosper, je kent hem uit Rots. Hij was zo trots op zijn auberge Ardennaise!
Parkeer je wagen, ga door het viaduct onder de spoorweg en neem het pad aan de rechterkant. Je bent zo bij de Amblève die hier vol ligt met grote kwartsblokken die destijds door de duivel zelf in de rivier werden gegooid. Restanten van een molen. Als je me niet helemaal gelooft, moet je maar eens de legende van de Moulin du Diable opsnorren (je kan ook gewoon Rots lezen, ze staat erin). Duivel of geen duivel: het is heerlijk wandelen over en langs de rotsen in de rivier bij de Fonds de Quarreux.

Je kon daarstraks op de parking ook gekozen hebben voor de andere kant van de drukke weg: een verborgen zijweg klimt snel de hoogte in tussen de bomen en de verspreide huizen op de helling. In een van de huizen zijn Sarah, Mats, Jan en Joke op vakantie. Ik heb voor mijn roman niet één huis uitgekozen: je kan er zelf één kiezen als je hier wandelt. Weet dat in lang vervlogen tijden een vakantiehuis werd beheerd door Prosper – ja, dezelfde van het café. Als je even de weg blijft volgen, kom je na een stevige klimpartij uiteindelijk in het bosdorp Quarreux. Als je een paar alinea’s hoger de wandeling van de Ninglinspo en de Chefna helemaal had gevolgd, kwamen we elkaar hier weer tegen.

We moeten verder, het hoogtepunt moet nog komen. Alhoewel: het toeristisch-commerciële hoogtepunt dan. Je rijdt weer naast de Amblève, die je tijdens je rit idyllisch en traagzaam ziet stromen tussen de bomen. Maar plots word je opgeschrikt door heel veel mensen, heel veel auto’s en stoeltjesliftstoeltjes zwevend boven de weg. Je bent in Coo gekomen: het dorp bij de waterval. Natuurlijk stap je eens uit, je gaat over de brug kijken naar het watergeweld, je kan desgewenst langs een klein pad naast de kleinste van de twee watervallen lopen, je kan in een stoeltje aan de helling gaan bengelen en je kan vooral genieten van het Plopsaland van het zuiden. Als je dat wil. Even verder kun je in het bos rond een stuwmeer wandelen. Dit deed ik zelf nog nooit: ik liet Jan en Sarah het pad voor mij verkennen. Het is er blijkbaar heel mooi en rustig.

Laat je niet afleiden door de drukte van Coo en vervolg je weg langs de Amblève. Nauwelijks drie kilometer verder, waar de rivier de Salm de Amblève vervoegt, kom je in het nietige stadje Trois-Points. Kijk in de hoogte boven het dorp: je blik zal ongetwijfeld snel op het uitnodigende terras van pension Beau Site blijven stilstaan. Het is een heerlijke plaats om de tocht langs de Amblève en doorheen Rots te beëindigen. Ze hebben er heerlijke Sangria.

Maar als je nóg veel dichter bij Rots en zijn personages wil komen, ga je nu naar de Proxy Delhaize van Trois-Ponts en je koopt er een fles lekkere Franse wijn en een stukje kaas (dat kan er één uit de abdij van Rochefort zijn, zo ver is het niet). Vervolgens keer je terug naar de parking van de Ninglinspo en je maakt de wandeling tot aan het uitzichtpunt van de Roches Crahay. Ga op een rots zitten, spring niet, maar drink van je wijn, proef van de kaas, geniet van het uitzicht, de roofvogels en de stilte. En van een goed boek. Een Rots op een rots. Rots op zijn rots.

Lezerswedstrijd

Ongetwijfeld kreeg je zin om de streek van Rots te verkennen en de rots van Rots te zoeken.
Wie me een foto bezorgt van een lezer met Rots op de Rots van Crahay (het naambordje staat op de foto) wint een boek. Rots, IJs, Zand, De oversteek, Ketters van de Kemmelberg: mij om het even.
Alleen de eerste inzender gaat lopen met het gesigneerde boek, maar alle inzendingen krijgen een mooi plaatsje op mijn weblogs en mijn socials.
De wedstrijd loopt vanaf vandaag tot het einde van mijn tijden.
(stuur naar koenbib@gmail.com)

Rots is altijd en overal te koop, zowel in gedrukte versie als als e-boek (koop het hier).
Stuur me een mail voor een gesigneerd exemplaar.

https://www.youtube.com/watch?v=S_xH7noaqTA

dinsdag 16 november 2021

'Rots': nieuwe misdaadroman met Sarah en Mats

Op zaterdag 13 november 2021 verscheen mijn misdaadroman Rots. Het is het derde en laatste deel van mijn drieluik IJs - Zand - Rots.

Je kan het boek krijgen via je favoriete boekhandel-om-de-hoek.
Je kan het uiteraard ook overal online bestellen. Hier bijvoorbeeld, of hier, of hier.
Uiteraard kun je het ook als e-boek lezen.

Lees meer op mijn schrijversblog 'Koen D'haene schrijft'.


zondag 17 oktober 2021

Open eindes

Vorige dinsdag werd ik tijdens een lezing in de bibliotheek van Zedelgem nog maar eens met de neus op de feiten gedrukt. Veel lezers houden niet van een verhaal met een open einde. 

Het meisje van 15 op de eerste rij had erg genoten van De Oversteek, maar was duidelijk helemaal in de war omdat op het einde van het boek niet duidelijk was of Aloïs zijn liefje, dat hij door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog noodgedwongen tijdelijk de rug had toegekeerd, zou terugvinden in New Jersey. En of ze zouden trouwen, vele kindjes zouden krijgen en nog lang en gelukkig zouden leven. Toen ze me vroeg hoe het verder liep en ik vertelde dat ik dat eigenlijk ook niet wist, zag ik groeiende ontgoocheling op haar gezicht. Ze hoopte dat de auteur haar vandaag eindelijk hoogstpersoonlijk uit haar lijden zou verlossen. Niet dus.
‘Vind je dat ik een vervolg moet schrijven?’ vroeg ik empathisch. Ze keek me nogal dreigend aan. ‘Ge móet een vervolg schrijven!’ Ik keek haar wat verbouwereerd aan. ‘ Ik zal erover nadenken,’ mompelde ik een beetje ontdaan. Ze bleef me indringend aankijken toen ze het lokaal verliet.

Het was niet de eerste keer dat mij door lezers werd duidelijk gemaakt dat die open eindes in mijn boeken zo lastig zijn. Vooral jonge lezers willen duidelijkheid. Ze nemen geen genoegen met mijn mooie verhaaltje dat ik tijdens lezingen opdis. Dat voor mij het verhaal altijd af is en dat de lezers zelf het vervolg mogen verzinnen. ‘Dat is fijn toch? Kunnen jullie allemaal zelf een deel van het verhaal schrijven.’
Ze vinden het niét fijn. Ze willen weten of Aloïs en Lore zullen trouwen (De Oversteek), wie met Jens op reis zal gaan naar Marokko (Gek van een eiland), hoe het verder liep met Silke en haar depressieve moeder (Een hoofd vol rommel) en of Walram en Jenne zullen trouwen (bis) (Ketters van de Kemmelberg).
De kans dat ik met de wensen van mijn lezers zal rekening houden, is klein. Ik doe het overigens al op een heel bijzondere manier: wie meer dan één boek van mij leest, komt personages uit een ander boek vaak opnieuw tegen – in een andere situatie en met een stevige knipoog. De vraag wie met Jens uit Valsspeler meereist naar Marokko, wordt in Gek van een eiland eenduidig beantwoord. Maar het is niet genoeg.

Natuurlijk moet je je lezers serieus nemen en hebben zij altijd gelijk, maar zelf hou ik niet van open eindes – niet als lezer, niet als schrijver. Het is heerlijk om een roman af te sluiten als het verhaal stilaan op zijn plooi is gevallen en er ruimte komt voor vrije interpretatie bij de lezers. Ik wil hen echter niet met twijfels achterlaten. En al zeker niet op een moment waarop ze zouden kunnen denken: hij weet het zelf niet meer, dus zet hij er hier snel een punt achter. Neen: alle verhaallijnen zijn netjes afgerond, een mooi vervolg kondigt zich aan en dat kunnen de lezers zelf schrijven. 

Toen ik mijn roman IJs schreef, had ik een schitterend open einde in gedachten. In de roman schoof ik puzzelstukken uit mijn studententijd en herinneringen aan de jeugdreizen in de Alpen in een origineel misdaadverhaal. Ik liet de lezer achter met een prangende vraag: Sarah (het hoofdpersonage) zal het toch niet nog eens doen (daar op het eiland)? Het leek me een heerlijke leeservaring, maar de vraag naar een vervolg kwam ook van de volwassen lezers. Zand dan maar en een vervolg op Schiermonnikoog dat me bloed, zweet en tranen heeft gekost, want het was niet de bedoeling. De verhaallijnen uit IJs bepaalden die uit Zand en ik heb wel eens gevloekt op de keuzes in IJs die het vervolg in Zand moeilijk maakten. Ik liet Sarah en Mats achter in Oostende, met het zicht op een onzekere toekomst in de badstad. Veel te onzeker, zeiden de lezers. Het was weer niet genoeg en dus schreef ik Rots, een nieuw hoogtepunt in het leven van de protagonisten en een nieuwe kans om een iconische vakantiestreek uit mijn kindertijd in herinnering te brengen.
Het was heerlijk om een derde keer de duistere verhaallijnen in elkaar te laten vloeien. Heerlijk en welletjes, want in Rots is er geen proloog meer, maar een epiloog. En een heel duidelijk einde: affer kan een verhaal niet zijn. Denk ik.

Na Rots schrijf ik, twintig jaar na datum, misschien wel een vervolg op De Oversteek. En dan stuur ik het eerste exemplaar op naar dat meisje uit Zedelgem met haar smekende ogen.

https://www.youtube.com/watch?v=b6zj43sA7GE

(c) Nadine Van Den Langenbergh