Pagina's

Posts tonen met het label kerstfeest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerstfeest. Alle posts tonen

zaterdag 23 december 2017

Merry Kerstmarkt

Neen, de titel van dit blogje is niet het resultaat van zo’n vreselijke woordvoorspeller die als je even niet oplet ongevraagd een woord op je scherm tovert. Dan is er wel eens geluk nodig om geen grensoverschrijdende opmerking de wereld in te sturen. 

Maar dit gaat even over de zachte gesel van de kerstmarkt. Ik geef het dit jaar namelijk vroegtijdig op. Ik was weer moedig op weg naar kerstmis, maar ik haal het einde niet, vrees ik. Nog voor Mary’s boy child is geboren en terwijl the little drummer boy nog naarstig aan het trommelen is, probeer ik alweer tot de veel vrolijker orde van de gewone dag over te gaan. Des nachts werd ik net een keer te veel wakker door immer schellende jingle bells, aldoor roepende kerstmannen en in een hoofdkussen dat stinkt naar de verdorven geur van in gietijzeren vuurmandjes brandend verpakkingshout. The best is overigens yet to come: een krant presteerde het deze morgen om te becijferen hoeveel Het Laatste Avondmaal van kerstdag wel kost. Copyright Leonardo Da Vinci.

Neen, een grote fan van kerstmarkten ben ik niet. Ooit wel, toen ze voorzichtig als vanzelf uit het landschap kropen in oorden die zich lenen voor een kerstmarkt. Vele jaren geleden in Westouter bijvoorbeeld, op een gezellig dorpsplein in de glooiing van de heuvels en in een regio die vijfhonderd jaar geleden iets had met ketters die om de gunsten van Christus streden. Of in een vredig oerdorp in de Ardennen, omzoomd door sneeuwwitte heuvels en waar de aanwezigheid van rendieren meer dan enkel een vermoeden kon zijn. In idyllische dorpen als Remouchamps, Rochefort en Durbuy bijvoorbeeld. Alhoewel, sinds deze week lijkt het erop dat de huiskleuren voor kerstmis in dat laatste oord snel wel eens zouden kunnen veranderen. Wie komend jaar in het kleine vurige stadje met rood-witte sjaal of muts rondwandelt, zou wel eens van provocerend gedrag kunnen worden verdacht.

Bij gebrek aan bossen, heuvels (en dommen, zie later) moeten wij het in Vlaanderen doen met Parking Centrum Oost, Industriezone Kaaien of Sportterrein 4 Links als locaties voor de inrichting van een gezellige kerstmarkt of warme winterdrink. Plaats genoeg om het volledige assortiment kerstproducten als daar zijn glühwein, jenever, kerstmutsen, wafels, kerstbiertjes en Irish Coffee in van heel ver op Zwitserse berghutten lijkende kraampjes te etaleren. Niemand die er overigens ooit aan dacht om smeltende raclettekaas te offreren aan de kersttoeristen? Op elke plaats in Vlaanderen is de geluidsband net dezelfde als die in de echte kerstdorpen – al is er in pakweg Oostende meer K3 en in pakweg Brussel meer Lange Jojo te horen dan in pakweg  Durbuy (maar dat komt nu snel goed, wees gerust).
Deze week liet ik me aanpraten dat ik toch maar eens naar de Aachener moet gaan. Daar zijn blijkbaar 56 standjes met glühwein, 43 met jenever (met naast de obligate smaken citroen, graan en chocolade nog minstens tien andere variëteiten) en 16 met Irish Coffee. Ondertussen las ik dat er op de Kölner in de schaduw (het kerstlicht) van de Dom maar liefst 89 standjes met glühwein, 67 met jenever en 37 met Irish Coffee zijn. En 387 politieagenten.

Als we met zijn allen maar beter worden van al die warmte en die vrede natuurlijk. Honderd jaar geleden vierden in een illustere feestzaal vlakbij het huis waar ik nu woon Duitse soldaten Weihnachten terwijl de bewoner van mijn huis zat te sakkeren omdat hij van diezelfde soldaten niet eens naar buiten mocht en zijn vrouw zat te bidden voor het leven van haar jongen aan het front. Nu hangt aan datzelfde huis feestelijke kerstversiering die niet alleen erg mooi is (jawel hoor!) maar ook even verdoezelt dat Infrax (shame on them) het nu al jaren vertikt om de kapotte straatlampen te herstellen en hierdoor elke morgen en avond opnieuw vele jonge en oude fietsers door het hellhole van de duisternis de drukke straat opstuurt. Maar verder kan er in mijn straat vrolijk getafeld en gekerstmarkt worden – de soldaten die hoopten thuis te zijn met kerstmis verblijven al lang niet meer in mijn straat. 

Rest ons enkel nog ons goede doel te kiezen om deze koude week heel warm te maken. Keuze genoeg, want er is veel ellende om ons heen. Instellingen zijn op zoek naar passend speelgoed voor hun kansenarme kinderen, rusthuizen willen hun snoezelruimte beter inrichten, dierenasielen hebben onvoldoende middelen, taalcentra zoeken geschikte leermiddelen voor leergierige asielzoekers, organisaties voor blinden kunnen hun assistentiedieren niet opleiden, artsen hebben nood aan geld voor wetenschappelijk onderzoek. Deze – en wel duizend andere – doelen kunnen nooit genoeg geld krijgen. Daarvoor betalen we ook belastingen natuurlijk: opdat iedereen een menswaardig bestaan zou kunnen hebben. Jammer toch dat al die organisaties op bedeltocht moeten gaan. Moesten we al die goede doelen nu eens écht met belastinggeld betalen en de aankopen voor het leger met de opbrengst van een wafelenbak of stratenloop, opperde een kwade geest deze week. Zo kwaad is zijn gedachte niet, maar wel een beetje krom en vooral vreselijk naïef. 
Even naïef als ‘vrede op aarde aan alle mensen van goede wil’.

Gelukkig zijn er ook goede kerstmuziekjes! Zoals dit bijvoorbeeld (al vind ik dat liedje van The Pretenders ook niet mis en John Lennon heeft altijd gelijk):


maandag 23 december 2013

Wat doen we nu met Rudolf?

Ik wou het over de verpampering van onze samenleving hebben. 
In tijden van de warmste week en de groenste kerst hebben we de neiging om even oog en oor te hebben voor de armsten in onze maatschappij. Zij voor wie elke maand net iets te lang duurt. Zij voor wie het leven net iets te moeilijk is. Zij die net iets te veel tegenslag krijgen te verwerken. Zij die zich geen kalkoen voor kerstavond of champagne voor oudejaarsavond kunnen permitteren.

Ophouden!, zullen sommigen onder jullie zeggen. Deden we de laatste jaren niet meer dan van ons verwacht kan worden om de bovenstaanden te helpen? We zetten kaarsen voor ons raam, we nodigden eenzamen uit, we vroegen plaatjes aan, we waren een minuut stil en in gedachten bij hen, we deden, hen indachtig, de laatste van de tien flessen niet open, we luisterden zelfs naar Studio Brussel. Alles voor de minder gegoeden, de uitzichtlozen en de ongelukkigen. 
We deden eigenlijk nog veel meer. Wat we als individu niet konden oplossen, lieten we met grote gulheid over aan de overheid en andere menslievende organisaties. Er werden metrostations opengesteld, voedselpakketten uitgedeeld, dekens verspreid, soep geserveerd. Op de stoep dan nog. We keken en zagen dat we goed deden.
Of net niet. Door onze overdreven ijver, onze oneindige goedheid en overdreven verdraagzaamheid hebben we de bovenstaanden gepamperd. Alles ging vanzelf. Als ze het zelf niet konden bolwerken, zou de omgeving wel voor hen zorgen. Als er geen boter op de plank kwam, zouden de buren wel zorgen voor een bord soep op de stoep. Als ze het koud kregen, zou iemand hen wel een deken toestoppen. Ze werden gekoesterd en geknuffeld en met alle goede zorgen van de hele wereld overladen. 

Beste lezers, deze lange geëngageerde inleiding heeft slechts tot doel jullie bijzondere aandacht te vragen voor hij die voortaan alleen nog een toekomst van peilloze ellende en bodemloos verdriet voor zich heeft. Hij die de voorbije tien jaar werd gepamperd, geknuffeld en geliefkoosd, hij die genoot van ieders liefde en adoratie, hij die zich kon wentelen in emotionele en materiële rijkdom, hij die op handen werd gedragen. En nu ineens is er niets dan emotionele leegte….

Zij waren de kamelen van de toendra en de koningen van de taiga toen zij door de Kerstman zelf werden uitverkoren om zijn slee voort te trekken. Sindsdien kleuren Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet, Cupid, Donner en Blitzen de merry christmassen over de hele wereld. Alleen de rendieren zijn namelijk in staat om de soms Arctische winters van de kerstdagen te trotseren en dankzij het tapetum lucidum kunnen hun ogen ook tijdens de donkerste dagen blijven zien en de goedgemutste Kerstman ohohoënd over de daken van de huizen loodsen. Met grote ijver kwijten ze zich al eeuwen van deze vooraanstaande taak. De trotse rendieren kruisen de planeet rond en brengen vrolijke pakjes naar altijd vrolijke mensen. Ze ontlokken kreten van vreugde en geluk bij kleine kinderen, hun ouders en die hun ouders.
De aandachtige lezer heeft gemerkt dat een naam ontbreekt in het lijstje van de uitverkoren rendieren. Die van Rudolf, het rendier met de rode en voor wie goed kijkt glimmende neus. Om die neus werd hij destijds verstoten door zijn soortgenoten, die hem bespotten en beschimpten. Rudolf trappelde zonder ambitie of vooruitzicht rond op aarde. In zijn leven zou alleen plaats zijn voor koude kommer en kille kwel. Rudolf zou maar korte tijd leven.
Toen hij op een winterse avond in zichzelf huilend over Vlaamse wegen liep, zich afvragend of er voor hem nog wel een toekomst was en of hij zichzelf en zijn omgeving niet een groot plezier deed door zich terug te trekken in de stilte en de koude van de taiga, kwam hij de Kerstvrouwen tegen. Het moederhart van deze Vlaamse Maria’s bloedde meteen toen ze het arme beest verschrompeld op een bank in het park zagen zitten. Ze namen hem op in de warmte van hun vriendenkring, overlaadden hem met liefde en oeverloze zorg, voedden en troostten hem. Rudolf vond voorwaar zijn levensvreugde terug en stilaan werd hij weer een alive and kicking rendier.
Na enkele weken Kerstvrouwenschap kon hij niet wachten om de ware Kerstman weer op te zoeken. 
‘Hallo, hier ben ik dan, Kerstman!’ zei hij. Santa keek hem even aan, zag dat hij goed was en stelde hem prompt een arrenslee ter beschikking.
Sindsdien kan je Rudolf tijdens de Kerstnacht weer onverdroten behendig tussen de sterren zien manoeuvreren en geen dak van een huis waar christelijke kinderen wonen, ontsnapt aan zijn aandacht. Voor elk van hen heeft hij een fantastisch cadeautje en hij laat niet na hen te trakteren op zijn wonderlijke kreet die hij ten gehore brengt terwijl hij zijn neus extra rood laat glimmen.

De voorbije tien jaar maakte Rudolf twee weken voor de kerstnacht, als de Kerstman hem op verkenning naar zijn geliefkoosde Regio van Vlaanderen stuurde, een serieuze omweg. Hij kon en wou niet nalaten om de Kerstvrouwen, die hem zoveel jaren geleden uit de goot hadden gehaald, een dankbezoekje te brengen. Van hun kant zorgden de Kerstvrouwen voor een groot feest, waarop alle vrienden die Rudolf in die moeilijke levensfase hadden geholpen, werden uitgenodigd. De bovenste zaal, waar al die jaren het prettigste kerstfeest van het jaar plaats vond, gonsde van levensvreugde en geluk en de Kerstvrouwen keken met stralende ogen naar hun Rudolf. Door hem zo schoon te helpen, waren zij ook zelf gelukkiger geworden en ze lieten vele vrienden mee genieten van het feest. Hiermee brachten zij op geheel eigen wijze de kerstboodschap over.

Helaas, driewerf helaas. Door een agendaprobleem is het feest van de Kerstvrouwen komen te gaan. De edele vrouwen verkeren in de onmogelijkheid om een elfde kerstfeest op het getouw te zetten. Rudolf toonde begrip voor deze organisatorische onmogelijkheid, maar zal overmorgen, nadat hij met zijn arrenslee door de Vlaamse kerstnacht zal hebben gekliefd, met heel veel pijn en verdriet naar zijn taiga terugkeren. Ook de Kerstvrouwen zelf zijn er het hart van in. Maar… het gaat niet meer…

Edoch… misschien kunnen de goedmoedige dames in de toekomst op een andere manier de kerstboodschap verkondigen? Misschien moet het niet per se met Kerstmis… Misschien kan het ook in de zomer… Of in de lente of in de herfst. Met Pasen of Odrilligen. Op een maandag of een vrijdag. Iets met kunst of koers of met een notaris. Desnoods verkleed.

Laat het alle dagen een beetje kerstmis zijn!
Alle ideeën voor een kerstmarkt tijdens het jaar kunnen hieronder als reactie worden gepost. De Kerstvrouwen lezen mee en zullen elk voorstel ernstig onderzoeken. En ziet: eerlang maken ze hun comeback.

In afwachting wens ik eenieder een fantastisch kerstfeest en een vreugdevol 2014!