Pagina's

maandag 2 juli 2012

Veel meer dan jezelf

‘Koen D’haene schrijft nu en dan eens wild om zich heen’. Dat is de baseline van deze blog, die niets meer dan wat vrije woordspielerei wou zijn bij dingen onderweg en tussendoor die me boeien of intrigeren. Meer dan ik het zelf wil, wordt het stilaan een dead man’s blog. Na Jonathan, mijn oversteker, Eva en Oscar is er nu Hans. 

Ik wou eerst niet over Hans schrijven. Het klopt nog steeds niet, ook niet drie dagen nadat het overlijdensbericht binnensijpelde. Ik kan het maar niet aan elkaar lijmen: Hans en de dood. Ook nu hij er niet meer is, blijf ik hem associëren met liefde en passie voor het leven. 
Ik weiger om afscheid van jou te nemen, Hans. Kom, laten we een Omer drinken en praten over de dingen die we samen deden.

Vorig jaar in Bourgogne bijvoorbeeld. We hadden afgesproken naast de kerk van het historische stadje Autun. We kwamen terecht in het decor van de opnames voor een Chinese film (het kan ook een Japanse geweest zijn, weet jij het nog?). We dronken eerst een koffie terwijl de Oosterse acteurs en actrices om ons heen liepen en zich even verderop in een caravan gingen omkleden. Het was een mooie dag. We slenterden wat door de nauwe straatjes en over de restanten van een Romeins amfitheater. Je vertelde over wat je de vorige dagen op reis al had bezocht. Weet je nog hoe we lachten omdat je enkele keren een begonnen zin niet kon afmaken? Middenin vond je een woord niet en je begon opnieuw. Tot hetzelfde woord weer niet kwam. Ik gaf je nog een derde kans en je waagde je moedig aan de laatste poging. Maar weer lukte het niet. ‘Nu is het genoeg geweest’, zei ik, ‘zo kan je blijven proberen. Nu vertel ík wel iets, je zal me niet blijven aan het lijntje houden’. We lachten wat af toen.
Op een groot plein maakten we tijd voor een lange babbel met een groot glas wijn. Je vertelde over je joie de vivre tijdens de korte opeenvolgende reizen die je die zomer maakte. Je wou leven en vreugde opzuigen. Want diep binnenin sluimerde de angst. Er stond je een delicaat onderzoek te wachten, enkele dagen later in Leuven. ‘We gaan moeten springen’, zeiden jullie in duet. Een sterk duet. Together waren jullie zó strong. En wij erg stil toen we even later terug naar ons vakantiehuis in de Morvan reden.

Weet je nog vele jaren terug toen we samen naar het Bronx jeugdtheater gingen? Jij werkte als programmator in het cultuurcentrum en je nodigde me uit om mee op prospectie te gaan. ‘Vallen’, naar het jeugdboek van Anne Provoost. Altijd nodigde je mensen uit, je gunde iedereen alles en je wist heel goed waarmee je iemand kon boeien of een plezier doen. Het was een heel mooie voorstelling. Over iemand die valt, lang voor jij wou springen om niet te vallen. Wat ik me ook nog herinner van die prospectieavond… Dat hij ontzettend lang duurde ;-) Omer moesten ze nog uitvinden en ik weet niet wat we toen dronken. Maar ik weet wel dat ik met een heel gelukkig gevoel thuiskwam. Een avond met jou doorzakken leverde boeiende tooggesprekken op. Het is wel eens anders.

Gesprekken over boeken bijvoorbeeld. We wisselden vaak tips met elkaar uit. Ook toen je ziek was, bleef je trouwe klant van de bibliotheek. Om je boeken te kiezen, maar ook om ‘de meisjes’ en ‘de heren’ van de bibliotheek te zien. Een praatje te maken. Je was door iedereen zo graag gezien, Hans. Als je binnen was, ging het als een lopend vuurtje door de wandelgangen. Jij vertelde ons honderduit over wat je deed en meemaakte. En wij waren blij om je te zien en te horen en ondertussen groeide onze bewondering voor zoveel enthousiasme en levenskracht.
Weet je dat je mij eens heel blij maakte? Toen je me zei dat je had moeten denken aan Oosterschelde windkracht 10 toen je mijn Gek van een eiland had gelezen. Verdomme, die heeft dat aangevoeld, dacht ik bij mezelf. Je kan niet denken hoe blij ik was met dat complimentje. Jan Terlouw is de held onder de schrijvers die ik als tiener las en jij plaatste me naast hem op het schavotje. En ja, jij had het en mij goed gelezen. Ik merkte dat je trots was toen ik zei dat het wel een beetje mijn bedoeling was om een gelijkaardig verhaal te schrijven en eenzelfde sfeer op te roepen. En dat jij de enige was die het had gemerkt.

Over muziek praatten we ook natuurlijk, maar daarover had jij zoveel meer te vertellen dan ik. Maar ken je het liedje hieronder? Het past wel bij jou nu, vind ik. Zo levenslustig, ondanks alles. En de muziek... misschien is het wel iets voor je jazz-combo? Ik haal er de contrabas zo uit! Luister maar eens, het applaus op het einde is helemaal voor jou.

Over hoe je ernaar verlangde om weer eens een tijd zonder pijn te leven. Zonder zorgen om nakende onderzoeken. Om je vrouw (je Mieke) en je kinderen niet met die ellende te moeten blijven opschepen. Maar ook over je grote droom die je alsmaar bleef koesteren: na de vakantie (altijd weer de volgende) hoopte je weer les te geven. Wellicht parttime, maar je wou les geven, musiceren, bij je leerlingen en de collega’s zijn, iets doén! Elke week probeerde je binnen te springen in de leraarskamer van je college. Je moet nog altijd eens bij ons thuis langskomen als je naar het college fietst, Hans. Onze woonkamer is nogal veranderd sinds de tijd toen Janne bij ons in de kinderopvang was. Je Janne en je Jitse, je schatten.

Hoe is het met het boek dat je wou schrijven? Ik herinner me nog heel goed de dag toen je het me vertelde. Dat je tussen al die behandelingen door zoveel tijd had om te lezen en onderwijl groeide die schrijfdroom. Ik weet wat ik dacht toen je het zei: dit zou wel eens kunnen lukken. Er zijn er zovelen die me zeggen dat ze ook een boek zullen schrijven, als ze even wat tijd hebben. Altijd weer moet ik de lippen op elkaar houden. Hen niet vertellen dat het er waarschijnlijk nooit van zal komen. 'Heb je al een thema', vraag ik dan voorzichtig. ‘Een thema? Ik schrijf gewoon over mezelf. Wat ík allemaal al heb meegemaakt!’ Dit wordt niets, denk ik dan en ik heb nog nooit een eerste zin, laat staan een eerste hoofdstuk, gelezen van deze would-be schrijvers. Maar toen jij het zei, dacht ik in mezelf: doen Hans! Ik ben er zeker van dat ergens op je harde schijf het begin van een stevige plot en de aanzet voor een mooi verhaal staan. Niet over je eigen leven. In die val zou jij nooit trappen. Je eigen leven is nooit boeiend genoeg om er een boek over te schrijven. Zelfs niet dat van jou. Jij had zoveel meer te vertellen.

Ik heb op mijn gsm een berichtje bewaard van jou. ‘Proficiat aan de Chantérs. Schitterend! (ik heb niet alle nummers maar ’t is voor de vele organisatoren!)’ Misschien best dat je niet alle nummers had, want je zou vast aan elk van hen een bericht gestuurd hebben. Wij waren blij dat je er was, op het podium met jouw Ortierkoor. Jij dacht niet aan jezelf, maar aan het initiatief vol muziek en lawaai waarvoor je zo hard supporterde. Je was zó sterk, Hans.

Tot mijn verrassing bots ik bladerend door mijn inbox nog op een tweede berichtje van je. ‘Wij zitten tussen de Chinese acteurs naast de St-Lazare. We eten iets op terras van Le Lutrin. Tot straks.’ Het is een schitterend vooruitzicht. Tot straks!

https://www.youtube.com/watch?v=VN_LpWDJesk


Tekening: Brecht Carton