Pagina's

zondag 5 november 2017

Het boek of de muziek

Ik geef vaak lezingen in scholen en bibliotheken en dan komen tijdens de vragenronde de meest verwachte vragen op me af. Hoeveel boeken ik al heb geschreven, waar ik mijn inspiratie vandaan haal, of ik mijn boeken met een pen of aan de computer schrijf, hoe rijk je wordt van boeken schrijven. En of er al eens een boek van mij verfilmd werd.
Neen dus, een film heb ik nog niet en het is een wensdroom die ik heb noch koester. Ik laat die eer graag aan de Marc de Bellen, de Dirk Bracken, de Dimitri Verhulsten en de Lize Spitten dezer wereld. Ik ben al bijzonder blij dat mijn jeugdroman De oversteek maar liefst twee toneelversies kreeg, waarbij de voorstelling van theater Zazoe tot op vandaag toert in Vlaamse scholen en bibliotheken. 

Groot was mijn verbazing toen enkele maanden geleden de mij toen nog onbekende Emmanuel Pereira van de mij al even onbekende rockgroep The Other Intern een mail stuurde met de vraag of ik er bezwaar tegen had dat zijn groep een cd met negen nummers geïnspireerd op mijn roman IJs zou uitbrengen. De artistieke vrijdenker die ik principieel ben zei nogal snel en zonder nadenken ‘uiteraard niet’. Hoe meer boeken, hoe meer plezier. Hoe meer muziek, hoe groter de vreugde. Dus, laat maar komen die cd en 'ik ben erg benieuwd', zei ik. En ik was ook wel een beetje trots, maar dat hield ik voor mezelf.
Uiteraard ging ik na die blitzkennismaking even zoeken wie of wat The Other Intern was. Een lokale rockgroep, zo bleek, die actief was in de al even lokale kunstenaarsgroep SYL (Support Your Locals). Net als de geestesgenoten van SYL is The Other Intern fanatiek artistiek bezig. De groep brengt geen covers, maar gaat op zoek naar authenticiteit en een eigen geluid en doet geen toegevingen aan trends of hypes. Toen ik ook nog las dat hun muziek, hun teksten en hun sound ergens het midden hielden tussen Johnny Cash, Leonard Cohen en Nick Cave kon er wat mij betreft nog maar weinig mislopen. Op You Tube was bovendien een leuk videofilmpje van hun nummer 'More and more' te zien dat in alle stilte en onzichtbaar voor de medewerkers was opgenomen in de splinternieuwe Bib in het park. Mooie promotie voor de bibliotheek waar ik werk. Niet ingaan op het voorstel van The Other Intern zou vanaf dat moment dus ook een professionele fout zijn.

Mijn toestemming geven voor de cd is de enige verdienste bij de realisatie ervan. Wees gerust, ik zing niet mee en ik neem ook niet zelf de gitaar in de hand. En neen, ik heb de teksten voor de liedjes niet geschreven. De eer is helemaal aan de groep, die er wat mij betreft heel goed in slaagde om de kille sfeer die in mijn toch wat duistere misdaadroman te lezen is in muziek om te zetten. De cd IJs vertelt uiteraard niet letterlijk het verhaal van het boek – stel je voor! Ik ben er wel van overtuigd dat voor wie het boek heeft gelezen, de cd een mooie en verrassende aanvulling zal zijn. Sarah from the lowlands duikt op. Sarah, de warme jeugdvriendin van de koude kille Mats, die onverbiddelijk en diep in de kloof verdween. Maar zij was ook de muze van niemand minder dan Bob Dylan, dus kijk: ineens is de band met een muzikale held nog wat hechter. Een ander nummer heet 'Sempervivum Montanum’. Het was tijdens het schrijven van IJs al een uitdaging om mijn favoriete Alpenbloem, het koddige berghuislook, de cactus van de Alpen, in mijn boek te smokkelen. En kijk, nu staat het bloempje zelfs op cd. 
Wie IJs leest, botst op veel muziek. Bruce Springsteen achtervolgt de personages, de jukebox van de jaren ’80 met Mike Oldfield, Rob de Nijs, Toto Cutugno en The Eurythmics klinkt luid en Michel Fugain vergezelt Sarah en Mats met zijn belle histoire op de snelweg naar Zwitserland. Maar naast deze klankband bij het verhaal is er ook een authentieke soundtrack en die kun je alleen maar horen op de cd van The Other Intern. 
Beste lezer, moest ik van u zijn, ik zou niet aarzelen om die te kopen. Aan jou om dan te oordelen of de muziek beter  is dan het boek.

https://www.youtube.com/watch?v=TxE5Z0szuYs


Lees ook: Soundtrack van IJs

The Other Intern op Facebook

woensdag 2 augustus 2017

Wat gaan jullie drinken?

Ik ga graag naar Nederland op reis. Ik hou van het land en zijn bewoners. Bovendien achtervolgt het idee ‘Nederland – Gidsland’ me al mijn hele leven. Dankzij Boudewijn De Groot zijn ook wij gaan fietsen, dankzij Freek De Jonge gingen we strijden voor de natuur, Jan Terlouw leerde ons beter zorgen voor elkaar. En voetballen natuurlijk. Johan Cruyff die het spel even stillegde om zijn ploegmakkers met de wijsvinger aan te geven waar ze moesten gaan lopen. En hen dan vervolgens de bal op de afgesproken plek toespeelde. Die Nederlanders dus. Zij die de woeste zee bedwongen en nieuw land drooglegden.

Maar na tien dagen reizen door achtereenvolgens Gelderland, Friesland en Flevoland is het even mijn beurt om te gidsen. Want niet alles doen jullie, Nederlanders, even vlekkeloos en voorbeeldig.
Ik beperk me in deze bijdrage tot enkele bedenkingen na veelvuldig bezoek aan diverse eethuizen in de genoemde landen in Nederland.

De keuze op de menukaart is gevarieerd en ik heb geen reden tot twijfel aan de kookkunsten van de chef. Op dat vlak hebben jullie de voorbije decennia heel veel achterstand opgehaald. Maar wij, Vlamingen, drinken graag een aperitiefje vooraleer we eten en we krijgen daar graag de tijd voor. En neen, we bedenken thuis niet vooraf, in een breed maatschappelijk debat, wat we gaan drinken als we aan onze tafel in het restaurant gaan zitten. Dat het bij jullie in Nederland allemaal net iets sneller gaat, is ons genoegzaam bekend. Maar geef ons alstublieft een beetje tijd om ons drankje te kiezen. En een drankenkaart graag. 
Hierbij aansluitend: het is niet de bedoeling van ons, Vlamingen, om met één drankje zowel het aperitief, de hoofdschotel en het dessert te doorstaan. Het mag best bij elk van de genoemde onderdelen met een ander drankje. Zo zuinig zijn wij echt niet. Vraag maar op, we bestellen wel iets.
Het was verder ook nogal vreemd toen dat overigens sympathieke tafelmeisje in de gezelligste kroeg van Ameland aan de al even vriendelijke Duitser vroeg of hij een nieuw glas wou voor zijn tweede biertje. Een tweede biertje schenken wij, Vlamingen, in een net glas. Tot mijn tevredenheid hebben ook de Duitsers deze voorkeur. Nu jullie nog.
Tot slot nog enkele kleinigheden. Toch maar oppassen met de naamgeving van de herbergen. In Harderwijk gingen we met veel genoegen eten in een fijne kroeg die nogal Vlaams aandeed, maar ter informatie toch dit: een Vlaamse Griet is niet Dol, maar Dul. En het is ook geen fantastisch idee om een leuke koffieherberg in het erg gezellige plaatsje Nes op het formidabele eiland Ameland de naam ‘Nescafé’ te geven. 

Het kan dus net een beetje beter. Maar volgend jaar ben ik er weer. Hopelijk geven jullie me dan wat meer tijd voor de keuze van een drankje als ik ga zitten. Hoef ik met de ogen dicht niet van de weeromstuit zoveel Heineken of Hertog Jan te kiezen. Of niet elke keer weer een glas Sjaardonnee toegeschoven te krijgen.

zondag 23 april 2017

Gullegem 951

In 2016 werkte ik 'voor het werk' actief mee aan de viering van de 950ste verjaardag van de gemeente Gullegem. Zo voerde ik de reactie van de eenmalige themakrant 'Gullezine' (die twee keer verscheen...) In het afsluitende nummer schreef ik een 'uitzwaai'. Over Gullegem en ik.

Hoe zet je als niet-Gullegemnaar een project 950 jaar Gullegem in de steigers? Je begint met een brainstorm, zoals het hoort. Als ik denk aan Gullegem, dan denk ik aan… De woorden komen vlot: de LVD, de ijspiste, Bergelenput, het VTI, de Meiboom, carnaval, Kokopelli, Hullehem, het Kobbegat, de Pro Mille, de Supra Bazar. En uit die woordenvloed groeit stilaan het plan voor wat ondertussen een zeer geslaagd herdenkingsjaar kan genoemd worden.
In míjn vroegste herinnering is Gullegem de Stock Américain. Ik ging er met mijn ouders wel eens naar toe. ‘De Amerikanen hebben na de oorlog niet alles terug meegenomen en nu kan je de restjes hier kopen,’ grapte mijn vader. Ik snapte het verband met de oorlog niet. In Kortrijk, niet ver van de Menenpoort, was er ook zo’n Stock en daar was het makkelijker: een soldatenpop met geweer in de
aanslag hield de wacht aan de ingang. Ik vond het fascinerend, die soldaat op het trottoir. Ik was nog een kind. Het deed raar toen Gullegem en Moorsele ineens Wevelgem kwamen vervoegen. Ik had liever gefusioneerd met Lauwe: daar woonden maten van het college en meisjes van de meisjesschool. Maar de brug over de Leie was een te groot obstakel voor een geslaagde fusie, werd er gezegd. De wegen tussen Gullegem, Moorsele en Wevelgem waren kaarsrecht en zo plat als een vijg.
Makkelijk voor fietsers.
In de hierop volgende jaren ging ik op ontdekking bij mijn nieuwe dorpsgenoten. Moorsele was meer dan zijn zwembad, zijn vliegveld en zijn voorrang van rechts (dit laatste als een verkeerstechnisch begrip te lezen). 
En Gullegem bleek veel meer dan die Stock Américain.
Plots dook een man die ik van uit de krant kende als de nieuwe burgemeester van Wevelgem op in de tribune van míjn voetbalclub SV Wevelgem. Vreemd, er was toch ook een club in zijn eigen gemeente? Wat moest hij hier? Toch zei ik goedendag en knikte hij vriendelijk naar mij terug. Aarzelend maakte ik in de jaren die volgden de brug die er toen nog niet was. Ik fietste door straten met wonderlijke namen: Bosbolletra, Rommelen, Hemelhofweg, Kleppe Voetweg, Poezelhoek. Ik ontdekte het Kobbegat en vond er een stukje verre wereld nog voor Kokopelli was uitgevonden. Mijn zus kocht een huis in de Pijplap en ik droeg met mijn eigen handen een steentje bij tot de renovatie van het bouwkundig erfgoed van Gullegem. Ik ging vogels spotten in Bergelen, karabijnschieten in De Gouden Bank, schaatsen in Finlandia, fietsen naar Steenbekebos en werken in het bibliotheekfiliaal.
Ik voel me steeds minder een vreemde als ik op Gullegem Platse rondloop. En als aan mij wordt gevraagd wat ik het mooiste plekje van Wevelgem vind, antwoord ik steevast: Bergelen. De ultieme knieval.
Maar een echte Gullegemnaar ben ik ook na het feestjaar niet geworden. Tijdens dat jaar leerde ik ook waarom: ik heb Fiene Boelie niet gekend.

https://www.youtube.com/watch?v=DZkxjNdBars

Lees Gullezine 2
Lees Gullezine 1


zaterdag 18 maart 2017

Aprilgrap

Van januari tot april 2017 behoorde ik tot het lezerspanel van 'Deze Week'. In elke krant gaf ik in ca. 750 tekens mijn mening over een door de redactie opgelegd onderwerp.
Dit was mijn laatste bijdrage.


Woensdag 29/03/2017: Wat was je leukste aprilgrap?

Van de vele grappen die ik hoor, zijn er maar weinig die me echt laten lachen. Ik ben zelf ook geen goede grappenverteller, maar af en toe een leuke stoot zie ik wel zitten. Ik was twintig toen een aprilgrap die ik samen met een naamgenoot bekokstoofde voor nogal wat angstzweet zorgde.
Koen en ik zouden onze ouders even doen schrikken en hadden in de nacht van 31 maart van huis gewisseld. We zouden ons op 1 april in elkaars huis gedragen alsof er niets aan de hand was. Toen ik wakker werd in het vreemde bed, hoorde ik in de belendende kamer de vertrouwde stem van de aalmoezenier van de school waar ik, leraar-in-spe, hoopte les te gaan geven. Ik bleef minstens een uur aarzelen aan de deur vooraleer ik de huiskamer durfde binnengaan. Ondertussen had de andere Koen moedig mijn plaats als helpende broer op de bouwwerf ingenomen, waar hij als architect-in-spe kon ervaren hoe je echt een huis bouwt. Ook hij zweette wat af die morgen!

Zomeruur

Elke week behoor ik tot het lezerspanel van 'Deze Week'. In elke krant geef ik in ca. 750 tekens mijn mening over een door de redactie opgelegd onderwerp. 

Woensdag 22/03/2017: Moet de zomertijd worden afgeschaft?

Hoe kun je nu in godsnaam een zomertijd afschaffen of een wintertijd invoeren? Als ik het goed voorheb, is er maar één tijd en die gaat altijd vooruit. Het feit dat we tijd benoemen met uren, minuten en seconden is niet meer dan een afspraak. De tijd is eigenlijk wat je buiten ziet: het is licht of donker, het is koud of warm, al naargelang de tijd van de dag en het jaar.
Mij lijkt het een goed idee van de mens om het leven te schikken met optimaal gebruik van het natuurlijk licht. Het is goed voor je mentale gezondheid en bovendien erg energievriendelijk.
Dat ik twee keer per jaar steevast weer moeite heb om te weten of ik nu een uur moet bijtellen of aftrekken, neem ik er graag bij. En ik heb snel eens gekeken: op zaterdag 25 maart heb ik geen feestje, niet zo erg dus dat ik een uurtje minder slaap krijg.



donderdag 16 maart 2017

Fliek

Elke week behoor ik tot het lezerspanel van 'Deze Week'. In elke krant geef ik in ca. 750 tekens mijn mening over een door de redactie opgelegd onderwerp. 

Woensdag 15/03/2017: Is de politie ook uw vriend?

In mijn vriendenkring is er een politieagent die er op zijn eentje voor zorgt dat de vraag van deze week even goed omgekeerd kan gesteld worden. Wie die maat niet kent, zou zich vol verwondering afvragen: is jouw vriend een politieagent? Die maat zorgt op zijn eentje voor een positieve beeldvorming bij wie twijfelt. Hij is de sympathie zelve en als hij zijn kepie afzet wordt hij mens onder de mensen.
In mijn meer rebelse jeugdige jaren was er nochtans ingebouwde argwaan bij het verschijnsel politie. Zij waren er toch enkel op uit om je boetes aan te smeren, geweld aan te wakkeren en linkse betogers op te pakken? Ondertussen weet ik wel beter. Die maat doet zijn job en wil dat goed doen, houdt zijn hart vast voor het toenemende geweld en is op zijn hoede voor naderende terreurdreiging. Dankzij die maat en zijn maten is het veiliger op straat.



donderdag 2 maart 2017

Afscheid van een raam

Van 20 februari tot 6 maart 2017 verbleef ik voor een tweede keer als 'writer in residence' in het Lijsternest, het woonhuis van Stijn Streuvels in Ingooigem. 
Ik schreef en sleutelde er aan teksten. En ik werd vriend van een schrijver en zijn huis.

Dag Stijn,

Ik ben dan stillekesaan weer weg hé. Dank dat ik nog eens in je fantastische huis mocht vertoeven. Je was een goede gastheer: je liet me gerust en ik jou, zo hebben we het allebei graag.
Ik ben wel blij dat ik me welkom voelde in het Lijsternest. Je bent gene gemakkelijken hé! Maar ik probeerde je leven hier niet al te veel te verstoren. Ik was geen vorte zage, zoals André Demedts dat voor jou wel was. Je joeg me ook niet weg, zoals je mijn vader ooit eens wegjoeg toen hij hier eind de jaren ’60 even halt hield op zijn wekelijkse diensttrip naar Ronse. Je verstopte je ook niet achter een gordijn zodat je de deur niet moest open doen, zoals wel eens gebeurde als alweer een journalist of een biograaf langskwam om je enkele vragen te stellen.

Ik vraag me eigenlijk af waarom je me liet betijen. Misschien omdat ik een klein beetje koersschrijver ben? Zag je in mij een vage opvolger van je vriend des huizes Karel Van Wijnendaele? Hoopte je dat ik na Kuurne-Brussel-Kuurne zou binnenkomen met in mijn kielzog Peter Sagan zoals Van Wijnendaele ooit bij jou op bezoek kwam met de Italiaanse wonderboy Gino Bartali? Bartali was blij dat hij niet al je boeken moest lezen, zei hij, maar jij was evenzeer verheugd dat je al die bergen in Frankrijk en Italië niet moest beklimmen, ook al was je een fietser. En kijk, daar zijn we toch wel een beetje verwant, jij en ik. Ik ga ook graag dretsen met mijn velo en ik hou al evenmin van bergen. Ik rij er ook omheen, stukken makkelijker. Maar ik mag me dit allemaal niet inbeelden, want ik ben op het terrein van collega-resident Patrick Cornillie gekomen. Hij is de koersauteur en hij was hier vorige herfst te gast. Hij zou inzoemen op jouw boek 'Mijn rijwiel'. Wat vond je van de oldtimerfiets die hij meebracht?

Wees gerust, ik heb goed voor alles gezorgd. Je souvenirs, kunstobjecten en prullaria staan er nog. Op je vensterbank heb ik er zelfs nu en dan tijdelijk eentje bijgeplaatst, maar die kleinigheden neem ik straks weer mee naar huis. Er is zo al geen plaats meer bij jou. Het is ook niet min als je meer dan 60 jaar in hetzelfde huis woont. Wat je al niet verzamelt dan!
Ik heb bijna geen boeken uit de kasten gehaald. Nu en dan eens, maar met grote voorzichtigheid en wees maar zeker dat ik ze op de juiste plaats heb teruggezet. Dat mag je van een bibliotheekmens ook wel verwachten. Ik ontdekte geen classificatiesysteem of rangschikking in je bibliotheek. Een beetje per auteur, toch? Hopelijk vind je het niet erg, maar ik heb een D’haene in je leeshoek achtergelaten. Ik weet niet of mijn roman iets voor jou is hoor, je ziet maar of je tijd vindt om hem te lezen.
Ik heb verder je bad niet gebruikt, slechts heel uitzonderlijk je toilet en een keer ging ik voor een foto op je bed liggen. Ik at nooit in je keuken en maakte er geen eten klaar. Ik ging nauwelijks in je leeszetels zitten. Vanavond at ik in de zon op een bank in je tuin, maar die was vast niet van jou? Ik tikte verder niet op je AEG-schrijfmachine, speelde niet op je piano, rookte je pijp niet, schoot niet met je revolvers, trok niet aan het touw van je torenklokje. Ik deed wél eens je hoed aan … maar hij hangt er weer terug, niemand die het ziet.
's Avonds als het pikkedonker en muizestil was in je huis en ik de vreemde geruchten hoorde, ging ik wel eens aan je mooie tafel in je mooiste plaats zitten. Dan las ik in 'Dag Streuvels' van Hedwig Speliers en leerde ik je wat beter kennen. Sommigen zijn boos op Speliers, las ik ondertussen. Tja, er staan passages in die vreemd lijken. Dat je niet vooraan in de kerk wou zitten omdat je de pastoor niet wou behagen. Maar sommigen zeggen dat je liever achteraan zat om de mensen te observeren en te kiezen als personages voor je boeken. Die speelden zich toch in de streek af, dus waar kon je hen makkelijker op het spoor komen dan in de kerk, met hun zondagse kleren aan? Elders zag je hier geen kat. Kwatongen beweren zelfs, nog altijd volgens Speliers, dat je achteraan ging zitten om naar de jonge meisjes te kijken. Ook die had je nodig voor je boek, toch? Je had nu eenmaal een fotografisch oog. En waar kon je de Mira's uit de Waterhoek en elders beter bekijken dan achteraan in de kerk? En als het niet voor je boeken was … et alors? Heb je Mitterand nog gekend eigenlijk?

Ik hoop dat je het niet kwalijk neemt, maar ik heb ook je vrienden opgezocht. Ik weet dat je veel aan hen had. Je vond Ingooigem verder een van de banaalste dorpen om in te wonen. Je houdt je ook niet in, jij. Het waren wel je buren hé!
Maar ik botste op Hugo Verriest in zijn statige pastorie en zijn pompeuze ouderlingenhuis. Kunstschilder Valerius De Saedeleer: het wordt echt tijd dat hij zijn huisje opknapt, anders verzakt het in de Tiegemberg. Ik ontmoette dorpsschrijver Torie Mulders aan zijn kapelletje, de ene keer vanuit Tiegem en de andere keer vanuit Ingooigem. Dorpsschilder Staf Stientjes kwam ik ook tegen in zijn lusthof ’t Vossenhol. Waar woonde Gustave Van de Woestijne eigenlijk? Op de Tiegemberg, las ik. Maar vanuit je raam bekeken is dat wel een immense berg, hoor! Wat is dat overigens een vreemd verhaal van die molen van Torie Mulders! Hebben ze die echt in brand gestoken voor de opnames van een film? Ik ken molenliefhebbers die het jullie kwalijk zouden nemen. Het armtierige prentje van de molen gaf je een plaats aan een muur in je nest. Je kreeg toch geen spijt?
Je miste hen hé, de laatste jaren van je leven. Al die vrienden-kunstenaars-geestegenoten bij wie je zo graag langsging. ‘Als ik de blik laat gaan over de streek, is er niets meer dat mij aantrekt: vrienden en kennissen die ik er vroeger wonen wist zijn weg of gestorven, geen posten meer om bezoeken af te leggen. Ik kan er alleen nog aan denken hoe het geweest is.’

Ach, ik hoop maar dat je mij geen onaangename huisgenoot vond. Ik zei niet veel en deed in stilte voort. Ik zorgde goed voor je huis, ook toen die Franssprekende klusjesmannen en overenthousiaste schoolkinderen eens langskwamen. Haha, een jongen dacht dat ik Stijn Streuvels was! Ik liet mijn ouders binnen en zij bleven een hele tijd tussen de boeken zitten. Het mocht toch wel hé? Je bent in de jaren ’60 niet erg vriendelijk geweest tegen mijn vader. Het was nochtans uit bewondering voor jou hoor dat hij even halt hield aan het Lijsternest!
En ach, nu ga ik jou en je vrienden op mijn beurt missen. Ik ging nog even langs, vanavond. Langs het huis van kapelaan Verriest, het kapelletje van Torie Mulders, de stulp van De Saedeleer. Zondagmiddag ga ik met mijn vrouw en kinderen eten in Stientjes’ Vossenhol. Daarna ga ik nog een laatste keer aan je raam zitten. Het panoramische raam van schrijver Stijn Streuvels. Want daar heb ik, de vorige twee weken en de afgelopen twee jaar, met de goedkeuring van het Provinciebestuur en een vrijgeleide van Passa Porta, uren en uren gesleten. Daar kon zelfs jij me niet weghouden. Sorry als het je pijn deed.

Heel veel dank voor je gastvrijheid, Stijn! Wees gerust, ook al vertoeft residentieverantwoordelijke Tom hier bijna elke dag, lopen in de zomer de toeristen je deur plat en neemt in de winter de ene na de andere schrijver je raam en je huis even over: het Lijsternest blijft altijd van jou. Op je klijtkop ‘leef en heers je’ voor eeuwig ‘als een koning te rijk’. Van hier op de hoogte gaat ‘alleen jouw blik over de vier windstreken’ en mag je ‘tot op het einde der tijden de wereld overschouwen’. ‘De blijdschap, de jubel in de ziel en het bovenmenselijk geluk om elke morgen van hier uit de zon te zien opstijgen en de blik te laten scheren over een oneindige ruimte’ zijn voor eeuwig van jou. Jij bent voor altijd The Lord of the Hill.

https://www.youtube.com/watch?v=-BTLHBBOjkg