Pagina's

zaterdag 19 maart 2016

Inspiratiegeld

‘Hoe lang schrijf je aan een boek?’ vragen jongeren me vaak tijdens lezingen in scholen en bibliotheken. Ik geef dan altijd twee antwoorden. Het eerste antwoord is: vier weken. Het tweede antwoord is: vijf jaar. Zo leg ik hen het verschil uit tussen het langzaam groeiende verhaal in mijn hoofd en de snelle schrijftijd aan mijn computer. Ik  schrijf elk boek eerst in mijn hoofd. Als het klaar is, moet ik het alleen nog tikken. Ik kan nogal snel tikken. En hard, weten zij die wel eens in mijn buurt zijn als ik aan het tikken sla.

Aan ‘IJs’, mijn eerste roman voor volwassenen, heb ik mijn hele leven gewerkt. Zo lijkt het toch. Net als vele andere auteurs bazuin ik rond dat mijn verhalen niet autobiografisch zijn, maar dat ze toch altijd weer over mezelf gaan. Herinneringen,  locaties, anekdotes, belevenissen en ontmoetingen uit het leven achter mij verzeilen altijd in mijn werk. Heel veel vakliteratuur is nog niet aan mijn werk besteed, maar in de recensies en voetnoten die over mijn boeken verschenen, treedt een woord op de voorgrond:  engagement. Ik ben er blij om dat de recensenten dat hebben opgemerkt. Vrijblijvend en lichtvoetig zijn mijn jeugdromans en kinderboeken inderdaad niet. Zij die aandachtig mijn boeken hebben gelezen, zal het echter ook al zijn opgevallen dat ik ook een eeuwige nostalgicus en hopeloze romanticus ben: mijn verhalen bulken van weemoed en heimwee.

In ‘IJs’ moet het engagement het afleggen tegen de nostalgie. Oh ja, in de roman trek ik zijdelings even ten strijde tegen onmenselijk en onzinnig personeelsbeleid. En ja, de hypernerveuze en zichzelf voorbijsnellende jonge gezinnen krijgen een veeg uit de pan. En omdat het hoofdpersonage een lerares in een middelbare school is, komen wel eens wat cynische of rebelse commentaren op het onderwijs op de lezer af. En hoofdpersonage Mats draagt in 1985 een T-shirt met een rode zon op een gele achtergrond. Nuclear Power? No thanks! Even later scandeert hij We want you, Daniela! tijdens een studentenbetoging. Wie herinnert zich overigens nog onderwijsminister Daniel Coens?
‘IJs’ is een onconventionele misdaadroman. Er treden geen verzuurde flikken, drankverslaafde rechercheurs, autistische inspecteurs of flirtende procureurs op de voorgrond. Oh ja, er worden moorden gepleegd en complotten gesmeed. Sublieme moorden en venijnige complotten zelfs. Maar de roman is vooral een relatieroman – zoals elke roman waar vrouwen en mannen, of vrouwen en vrouwen, of mannen en mannen in optreden.
Voor mezelf is de roman evenwel een wandeling in Nostalgica. Heimwee naar fantastische zomervakanties met families vol leeftijdsgenoten in een wonderlijk stukje Zwitserse Alpen. Heimwee naar heuglijke studentenjaren in de Brusselse Marollen (‘Ooit zal ik deze eenzame avonden in de diepe onderbuik van Brussel hard missen,’ hoor ik mezelf als 20-jarige nog denken). Heimwee naar de eerste lerarenjaren. Heimwee naar raclettekaas, naar Rock Torhout, naar Joe Jackson, naar de Falstaff, naar Vamos a la Playa, naar de Cabane des Aiguilles Rouges, naar Veerle, naar Claudia Cardinale. Heimwee naar Christal Alken in de jeugdclub en naar Algerijnse wijn van de wereldwinkel. Heimwee naar neen aan de kernraketten en naar ik wil werk werk werk.
De zomer van 1984  (nu word ik helemaal en echt Nostalgie - de radio dan)  was de zomer van mijn leven. De tijd zonder morgen, de zomer zonder zorgen. Living for the day, worries far away.
Ook in ‘IJs’ beleven de hoofdpersonages de zomer van hun leven. Een zomer die hun hele leven blijft achtervolgen. Net zoals ik me die zomer nog haarfijn herinner. Ik haast me evenwel om dit hieraan toe te voegen: ik heb geen moorden gepleegd of complotten gesmeed. Never. Op een bepaald moment houdt de werkelijkheid op en begint de fantasie. Bij de eerste moord dus.

‘Je bent me nogal wat inspiratiegeld verschuldigd,’ zei iemand van de zomer van 1984 me onlangs.
Ze heeft een punt. Auteurs maken al vele jaren flink amok omdat ze voor hun literaire werk onvoldoende gehonoreerd worden en omdat ze vaak buiten hun weten worden geciteerd, gespeeld, opgevoerd en gekopieerd. Auteurs staan al jarenlang op de barricaden omdat ze onvoldoende gehonoreerd worden voor de ontleningen van hun werk in openbare bibliotheken. Maar naast dit auteursrecht en leenrecht moet dringend ook een inspiratierecht worden ingevoerd. Ik wil hierbij een pleidooi houden voor een wettelijke regeling hieromtrent.
Vrienden, liefjes en minnaressen uit vervlogen tijd: neem de strijdbijl op. Jullie hebben recht op een billijke vergoeding voor de fantastische ervaringen die jullie lang geleden deelden met de schrijvers van nu.

IJs verschijnt in juni bij uitgeverij LetterRijn.

https://www.youtube.com/watch?v=-mMd6D1Gw1g