Pagina's

zondag 10 februari 2013

Veel meer dan meisje van de zee

Sinds meer dan dertien jaar ben ik redacteur van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers. Tweemaandelijks verschijnt als aflevering van het tijdschrift VWS-cahiers een monografie over een West-Vlaamse schrijver. Voor elke tekst gaat de redactie op zoek naar een gastauteur die vertrouwd is met het werk van de schrijver. 
In februari verschijnt aflevering 274 over auteur Katrien Vervaele uit De Haan. Deze keer schreef ik zelf de tekst. Katrien schreef jeugdboeken die ik erg graag heb gelezen en ik leerde haar door de jaren heen kennen als een boeiende en verrassende schrijfster. 

De eerste keer dat ik Katrien Vervaele ontmoette… Ik had haar uitgenodigd in de bibliotheek voor een auteurslezing in het kader van de Jeugdboekenweek 2001. Gezeten in een gemakkelijke sofa werd ze geïnterviewd door leraar-criticus Marc De Smet, die zijn leerlingen badinerend door het leven en het werk van de schrijfster loodste. Het was een merkwaardige babbel die het vrij gratuite auteursgesprek oversteeg. Marc slaagde erin om zijn leerlingen te laten kennismaken met de ziel van de schrijfster en de leerlingen bleven met grote aandacht en stijgende bewondering luisteren. Katrien had het vrijmoedig en eerlijk over wat er in haar hoofd leefde en over de thema’s waarover ze wou schrijven. Kastanjes was toen net uit en het thema homoseksualiteit kwam eerlijk en met veel inleving en gevoel op de leerlingen af. Marc De Smet: “Ik herinner me het interview nog heel goed. Ik heb er echt van genoten. Katrien Vervaele was geconcentreerd en ad rem. Haar toen pas verschenen roman Kastanjes wekte vele en soms delicate vragen op bij de jongeren, maar ze ging het thema niet uit de weg en antwoordde zonder omwegen en recht uit het hart.”

De tweede keer dat ik Katrien Vervaele ontmoette… We waren in 2002 allebei genomineerd voor de Kleine Cervantes, de jeugdliteratuurprijs van de stad Gent. De genomineerde auteurs werden op 23 april, op wereldboekendag, uitgenodigd in de Kopergieterij, waar de leerlingen van de deelnemende scholen na een dag van discussie en beoordeling het mooiste boek van het jaar zouden kiezen. Katriens Inkt en mijn De oversteek moesten nipt de duimen leggen voor Zwarte sneeuw van de Nederlandse schrijfster Simone Van der Vlugt. Drie historische romans, het was opvallend die dag. De jonge lezers waren niet lief voor de uitgenodigde auteurs. Ze vuurden gretig kritische en doorwrochte vragen op ons af. Ik herinner me dat Katrien geïrriteerd voor de dag kwam en verveeld reageerde op stekelige commentaar van een van de leerlingen. Ze was het niet eens met de stelling die de woordvoerder van de klas naar voor bracht. Katrien had gelijk, weet ik nog, maar het verraste me dat ze zich zo opwond. Maar van die dag herinner ik me ook hoe lovend en geamuseerd ze even later op de dag terugkeek toen ze tijdens de afsluitende drink in het cafetaria op haar zoon wachtte. En hoe hoog ze haar kritische lezers inschatte.

Een volgende keer dat ik Katrien Vervaele ontmoette – het was al lang niet meer de derde keer… Naar aanleiding van de 25ste verjaardag van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen was er op 26 november 2005 in de Gentse Vooruit een groot verjaardagsfeest voor begeleiders en auteurs. Met Katrien ging alles goed, maar zonder veel poeha vertrouwde ze me en passant toe dat ze het als jeugdauteur wat had gehad. De respons op haar boeken viel wat tegen (vond ze zelf) en het hoefde niet meer zo nodig. Ze wou iets anders gaan doen, alleen wist ze nog niet goed wat. Een dipje dacht ik, het komt wel goed. Maar in de jaren die volgden verschenen enkel nog de jeugdromans Korstmos en De adem van de godin - en dat waren inderdaad haar laatste.

Een daaropvolgende keer dat ik Katrien Vervaele ontmoette, heette ze Zee Meermin en de ontmoeting gebeurde via Facebook. Onder haar nieuwe alter ego post ze foto’s, herinneringen en gebeurtenissen uit het leven van garnaalvissers, strandjutters, vissersvrouwen en zeelieden en deelt die met iedereen die het lezen wil. Ze gaat op zoek naar het verhaal achter de vele monumenten of legendes van de kust. Ze schrijft en herschrijft de histories en reizen van oude schepen en schuiten. Ook een streepje kunst en een vleugje cultuur passeren de revue. Maar altijd heeft het iets te maken met de zee. Onderwijl krijgen de vele jeugdauteurs die elkaar volgen, groeten en steunen op het sociale netwerk schouderklopjes, aanmoedigingen en knipoogjes. Dan wordt Zee Meermin weer even Katrien Vervaele. Maar enkele berichten later vertoeft ze alweer met een stoere zeebonk op een aftandse schuit in het zilte water van haar geliefde zee.

De auteursmonografie Veel meer dan meisje van de zee over Katrien Vervaele verschijnt op 22 februari 2013 als VWS-cahier 274.
Het cahier werd op zondag 10 maart voorgesteld in de bibliotheek van De Haan.
Contacteer me voor alle inlichtingen over VWS en het cahier over Katrien Vervaele.

http://www.youtube.com/watch?v=j5CNZwbY9Uo


Over spreken en aanspreken

"Hopelijk luistert het nieuwe bestuur wel". Dat is de hoop die Vlaams parlementslid Bart Caron uitspreekt bij de uitgestelde blijde intrede van zijn nieuwe burgemeester (De Standaard – weekblad, 9 februari 2013). Ik vrees ervoor.

De nieuwe slogan, het nieuwe credo van de Groeningestad is ondertussen ‘Kortrijk spreekt’. Als je het mij vraagt, voorspelt dat weinig goeds. Een bestuursakkoord is er in de Stad aan de Leie nog altijd niet en met botsende ideologieën en strijdende meningen in de coalitie kunnen we ervan uitgaan dat tot nader order alleen de burgemeester zal spreken. Dat hij alle crapuul van de straat zal halen, bijvoorbeeld. Nu weet iedereen wat hij bedoelt en nogal wat Kortrijkzanen lopen hem achterna, maar toch past ‘crapuul’ niet in het woordgebruik van een burgemeester van een centrumstad. Als je het roken van een joint snel afwimpelt als een jeugdzonde, dan mag er ook wel wat zorg zijn voor het taalregister. Elementaire beleefdheid. Taalfatsoen. “Iedereen moet zich gedragen”: het crapuul, maar ook de burgemeester.

Zoniet blijft Kortrijk een eng centrumstadje, ondanks rake sneren naar de echte steden die opeens kwistig de wereld worden ingestuurd. 
“Ik ben geslaagd als Kortrijk weer de hoofdstad van West-Vlaanderen is – in plaats van Gent”. Voilà, Landuyt en Termont! 
“In Antwerpen of Gent blijft de perceptie slecht. We zijn in hun ogen een stad van bourgeois- en patisseriecultuur. Terwijl we toch ook de thuishaven zijn van groepen als Goose, Balthazar of SX”. SX? Laat me hierbij kanttekenen dat de hippe groep die momenteel de hitlijsten siert, maar voor een klein stukje Kortrijk is. Het brein is een Wevelgemnaar, de zangeres is zijn lief en stond tot voor enkele maanden achter de tapkast van een Wevelgems café. Jongens, meisjes, stuur dat beeld snel bij. Je had toch onlangs woorden van lof voor de bibliotheek van je geboorteplaats – Wevelgem? Of hoor je liever tot de nieuwkomers in Kortrijk, Q's ‘kinderen van de toekomst’? Come back and stay, Benjamin & Stefanie. For good, this time.

SX is trouwens niet het enige wat Kortrijk ons, arme Wevelgemnaren, heeft afgesnoept. Onze gemeentelijke slogan was zó mooi, zó veelzeggend, zó suggestief. ‘Wevelgem spreekt je aan’. Als ik dit lees, verschijnt altijd een beletselteken na de tekst. De drie puntjes van de uitnodiging, de dialoog, de nuance, de relativering. Neen, het landschap of de binnenstad van Wevelgem spreken niet aan. Maar het gemeentebestuur wil eraan werken, nodigt uit om mee te denken en gaat naar zijn bevolking toe. 
Bij de nieuwe Kortrijkslogan zie ik prompt een uitroepteken verschijnen. Kortrijk spreekt! en de bevolking luistert...
Dat een buurgemeente onze slogan bijna kopieert, ruikt niet alleen naar plagiaat, hij bezorgt die van ons nu ook een zure bijklank. Eigenlijk zou de baas van Wevelgem die van Kortrijk hierover moeten aanspreken.

Maar even leentjebuur spelen… we doen het allemaal. Kortrijk lonkt naar Gent, Mechelen en Brugge wat het parkeerbeleid betreft. Waarom kunnen auto’s (en ringwegen) niet stelselmatig verdwijnen onder de grond, zodat open ruimte vrijkomt voor stadsgroen, speelruimte, terrasjes en pleintjes? Het zal de bestuursploeg van Kortrijk niet dáár om te doen zijn, maar voor mij is dat een groene gedachte. Weg met de auto, die al te veel plaats opeist in ons leefmilieu. Straten, autowegen, parkeerplaatsen, tankstations, verkeerswisselaars... hoeveel bossen zijn daarvoor al niet gesneuveld? Het is een vergeten aspect van milieuvervuiling. Bovendien is het ook een warme gedachte: veilig in de buik van moeder aarde. Leve de ondergrondse parkeerplaats dus.
Wevelgem spreekt haar burgers aan in dit beleidsjaar. Dit is alvast mijn welgemeende en positieve inbreng: maak van de Guldenbergparking een echt Guldenbergplein. Een vriend die bouwondernemer is zegt dat dit niet eens een technisch of financieel hoogstandje is. Zo krijgt onze gemeente binnenkort voor het eerst in minimum 150 jaar een gezellig dorpsplein waar die van Brugge, Gent, Antwerpen én Kortrijk stikjaloers op zullen zijn. 
Ik werd aangesproken en ik heb gesproken…