Pagina's

woensdag 1 augustus 2012

De wolken van Wallis

J’ étais ici il y a trente ans… Ik zei het de voorbije tien dagen wel tien keer in die wonderlijke vallei in Zwitserland. Val d’Hérens: boven Sion, de hoofdstad van Wallis, de hoogte in. Zo’n 30 kilometer natuurpracht, steeds niet kapotgetoerist. Tussen gletsjerpiramides, donkerbruine houten huizen en groene pijnboombossen rij je zo naar de witte pracht van wonderlijke bergtoppen en smeltende gletsjers. 

Tsjonge, wat ben ik boos op mijn ouders! In de jaren ’75-’80 van de vorige eeuw namen ze me mee naar het idyllische dorpje Villaz-La Sage in het Zwitserse kanton Wallis. Villaz was door God vergeten, hoe hoog het ook gelegen was en hoe devoot de plukjes inwoners ook de kerkdienst in hun kamergrote kapel bijwoonden. Precies 1774 meter boven de zeespiegel, maar nog veel hoger reikten de bergen die even verder waren: de Dent Blanche (4365 meter) en de Dent d’Hérens (4171 meter) bijvoorbeeld. Als je er enkele weken verbleef, bleven ze een heel jaar op je netvlies geprint, zo indrukwekkend waren die bergreuzen.

Ik beleefde schitterende jeugdjaren in die Zwitserse vallei. ‘Wat is het eerste boek dat je ooit hebt geschreven?’ vragen scholieren me steevast tijdens lezingen op scholen. ‘Een reisgids voor de Alpen’, vertel ik dan. Het klinkt wellicht dom en onbegrijpelijk, maar zo is het wel. Na elke zomervakantie schreef ik, overijverige tiener, op steekkaarten aan een neverending reisgids ‘Evolène’ (zo heet het centrumdorp in de vallei). Bijna encyclopedisch rafelde ik alles uit wat me bond aan die magische vallei. De reisweg ernaartoe: die begon in Tourcoing en ging over Lille, Reims, Chaumont, Besançon en Lausanne tot in Sion – van alle dorpjes, streekjes en riviertjes die je tegenkwam kon je een toeristische, geografische en cultuurhistorische schets lezen. De toeristische hoogtepunten van het dal: de houten huizen met Mäuseplatten, de koeiengevechten, de klederdracht, de wolnijverheid, de raclettekaas. De bergtochten die je er kunt maken en de berghutten waarin je kunt overnachten: met persoonlijke aantekeningen en originele verblijfsstempel. Voor bergfanaten was er ook een uitgeschreven versie van de fatale eerste beklimming van de Matterhorn op 14 juli 1865 door de Engelse tekenaar-alpinist Edward Whymper en zijn metgezellen – je kan nooit genoeg weten. Pronkstuk van mijn handgeschreven reisgids was het onderdeel fauna en flora. Alle planten en dieren die je tijdens je zwerftochten door de Zwitserse Alpen kon tegenkomen, werden breedvoerig en gedetailleerd beschreven. Twee zomers lang verdween een aanzienlijk deel van mijn opgespaarde zakgeld aan prentkaarten van Alpenbloemen. De feiten zijn verjaard, dus dit mag ook: tijdens de bergtochten die we maakten, speurde ik naar de exclusieve bergbloemen en van elke soort die ik ontwaarde verdween een exemplaar in het boek dat ik in mijn rugzak meezeulde. Het moest vliegensvlug gaan, want de planten die ik verzamelde genoten hoge bescherming en er stonden zware boetes op als je je niet hield aan het strenge plukverbod. Niet alle wandelgenoten zouden me laten betijen, maar zij waren uiteraard niet op de hoogte van het hogere doel dat ik me had gesteld en dat me een absolute vrijgeleide gaf om alles te plukken wat ik nodig had voor mijn verzamelencyclopedie. Terug thuis (in het Vlaamse laagland) keek ik nieuwsgierig of de planten mooi gedroogd waren en ze in mijn flora hun plaats konden krijgen. 
Lokaal cultureel en biologisch erfgoed: ik was actief in een sector die nog niet bestond.

Natuurlijk heb ik de boekjes nog! Jammer dat ik mijn puberhandschrift zo moeilijk kan lezen, maar het lukt wel. Alles zit opgeborgen in rode ringmapjes, drie in totaal en netjes ontsloten en geordend zoals je van een later bibliotheekmens mag verwachten. Met inhoudsopgave, abstracts en trefwoordenregister. Foto’s geknipt uit folders, brochures en verhelderende prentkaarten. En de gedroogde bloemen natuurlijk: Alpenaster, wolverlei, grootbloemige doronicum, voorjaarsgentiaan, grasbladrapunzel, zwarte vanilleorchis, gele monnikskap en veel meer van die zaligheden. Op bladzijde 25 van deel drie vind je het hoogtepunt in het boek: twee gedroogde bloempjes van de Leontopodium Alpinum – Edelweiss voor de vrienden.

Vorige week ging ik voor het eerst na ruim dertig jaar terug naar dat heiligdom van mijn jeugd. Neen, niet met mijn persoonlijke reisgids, die bleef veilig thuis. Alles wat erin staat, ken ik toch uit mijn hoofd. Ik had vijf dagen nodig om mijn wederhelft de geheimen van de streek te tonen (zij was er nooit eerder). Niets was veranderd. Oké: geen muilezels meer, geen klederdrachten, de gletsjers hebben last van de opwarming der aarde… maar verder: dezelfde bergen, dezelfde wegen, dezelfde winkels, dezelfde cafés. Je gelooft het niet: op dezelfde plek als dertig jaar geleden, achter een verloren rotsblok op de flank van de Col de Torrent, floreerden weer twee Edelweisjes. Mijn plukwerk van toen had dus geen blijvende schade en het uitsterven van de soort teweeg gebracht. En neen: dit keer plukte ik de bloempjes niet.

Om al die teruggevonden schoonheid ben ik niet boos op mijn ouders. Maar wel omdat ik vorige week vruchteloos zocht naar mijn grootouders die il y a trente ans trots terugkeerden van een wandeling met een ruiker hoogbeschermde Turkse Lelies. Omdat ik mijn ouders voor me zag terwijl ze in korte broek op de ladders van Cabane Bertol klommen. Omdat ik elke seconde terugdacht aan de leeftijdgenoten die il y a trente ans met me meereisden. Aan ons groepje tieners dat ’s avonds door het bos naar het café La Cordéé trok om milkshakes te drinken (het Tiroler robotorkestje is er nog). Aan de groepstochten die we il ya trente ans maakten naar de berghutten in de streek en aan onze angst voor de verschrikkelijke Yeti. Omdat ik niemand meer kende in chalet Plein Soleil en camping Molignon waar we toen verbleven. Omdat ik niet meer even snel en soepel de bergen bestormde zoals il y a trente ans. Omdat niet meer Bernard Hinault maar Bradley Wiggins de Tour de France won. 

Ouders aller landen, ga niet elk jaar terug naar dezelfde vakantiestreek. Je bezorgt er je kroost een weliswaar legaal maar wel levenslang emotioneel trauma mee.
Volgend jaar ga ik op reis naar Umbrië, de Spaanse Pyreneeën, de Noorse fjorden of de Schotse Highlands. Op geen van die plaatsen kwam ik eerder. 
Maar in 2014 kom ik wellicht terug naar Villaz-La Sage, de mooiste plaats ter wereld.

http://www.youtube.com/watch?v=mROvTael9G4&feature=related

Lees ook mijn vakantieterugblik 2011.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen