Pagina's

dinsdag 13 maart 2012

Writer's blad

Nog drie weken en dan heb ik weer tijd.
Dan is nummer 269 van het tijdschrift kant-en-klaar bij de drukker, is deel 5 van het schrijverslexicon nagelezen en goed voor druk, zijn de lezingen in scholen en bibliotheken achter de rug, is het ook in de bibliotheekschool vakantie, ben ik af van al dat werkverlof en kan ik weer fulltime aan de slag in de bib. Oef!

Het vooruitzicht op zoveel tijd en rust maakt me bang. Kan ik er nog wel mee om? In de bib aankomen en na het lijstje met de need-to-do’s ook dat met de nice-to-do’s aanpakken. En dan thuiskomen en niet in puntjes moeten denken: 1 eten, 2 snel wat boodschappen, 3 werken aan het tijdschrift, 4 les voorbereiden, 5 toespraak uitschrijven, 6 proefdruk corrigeren, 7 wat lezen in het boek voor de leesclub, 8 vroeg genoeg gaan slapen want 9 morgen weer vroeg dag.

Misschien werd ik wel verslaafd aan deadlines…! 
Wat als niemand mij-de-schrijver nog verwacht in een school of een bibliotheek? Als geen drukker nog op mijn sein wacht om zijn drukpersen te starten? Als geen cursist nog op me wacht in een leeg leslokaal? Als ik thuis en in de bib niet voortdurend de feiten achterna hol? Als ik mezelf niet vervloek als ik een hele namiddag in de krant of in een boek blijf lezen? Als ik het zelfs niet erg meer vind als ik naar een rit in de Tirreno-Adriatico of - God beware me - een match in de Jupiler League blijf kijken? Als ik niet de tijd neem om ter ontspanning veertig kilometer te gaan fietsen maar schaamteloos zondig tegen de tijd en maar liefst zestig kilometer op de fiets blijf zitten? Als ik na de tweewekelijkse filmvoorstelling niet het vertrouwde afsluitende biertje, maar ergerlijk overdadig drie à vier biertjes blijf drinken? Wat dan, wat dan?

Elke lacht als ik over mijn onrust praat.
- 'Laat een pagina op je blog wit,' zegt ze droog.
Het klinkt weer zo makkelijk. 
- 'Leest dat niet vreselijk inspiratieloos?' opper ik.' Ik ben schrijver, weet je wel…'
Ze lacht.
- 'Net daarom!'
Ze trekt aan haar sigaret, blaast de rook traag langs haar neus, haar ogen, haar voorhoofd. Nipt even zuinig aan haar wijn en kijkt me afwachtend aan.
Ze was er lange tijd niet, ineens kreeg ook zij het erg druk. Gedaan met werk zoeken. Arbeiten nu, en daar is ze o zo blij om. En ik voor haar. Maar ze moet niet vergeten om me af en toe zo spits te inspireren.
Want natuurlijk heeft ze gelijk. Wat kan ik mij beter toewensen dan een wit blad? Geen takenlijstje, geen opdrachtenblad, geen lesvoorbereiding, geen proefdruk, geen lezingenformulier. Maar een wit blad.
Een writer’s blad. Nog drie weken en ik schrijf het helemaal vol. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen